Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.160
eene wet tot stand bracht op het celibaat (den ongehuwden
staat) der priesters. Geen priester mocht een kerkelijk
ambt aanvaarden, indien hij niet de gelofte had afgelegd,
nooit te zullen huwen; geen leek mocht deelnemen aan
eene kerkelijke plechtigheid, die door een gehuwd priester
werd geleid, en ieder gehuwd priester moest bf van zijne
vrouw scheiden, of zijn kerkelijk ambt nederleggen. Deze
wet ontmoette bij de geestelijkheid allerwegen den hef-
tigsten tegenstand. Te Burgos in Spanje werd Gregorius'
legaat (gezant), die met de uitvoering der wet belast was,
mishandeld; bisschop Otto van Constanz gaf den priesters
van zijn diocees openlijk verlof te huwen. Nochtans zette
Gregorius YII met ongeëvenaarde standvastigheid en geest-
kracht de invoering der wet door. Hij achtte haar noodig,
opdat de geestelijken door de vele aardsche zorgen en de ban-
den , die het gevolg van het gehuwde leven zijn, niet van
hunne kerkelijke plichten zouden worden afgetrokken. In
verschillende landen zond hij eene menigte monniken om te
verkondigen, dat de leeken, die eene door een geihuwden
priester gehouden mis bijwoonden, in den ban zouden wor-
den gedaan, en daar het volk daarvoor vreesde en tevens in
den ongehuwden staat iets heiligs zag, kwam het zoozeer in
verzet tegen de gehuwde geestelijken, dat velen dezer, mishande-
lingen en armoede duchtende, zich van hunne vrouwen scheid-
den. Op deze wijze werd het celibaat der priesters langza-
merhand ingevoerd, doch het duurde nog meer dan twee eeuwen,
eer het algemeen was.
De moeilijkheden namen voor Gregorius met den dag toe.
De Romeinsche Burggraaf Centius overviel hem met ge-
wapenden op het Kerstfeest, terwijl hij de mis las, sleurde
hem van het altaar weg en bracht hem eene wond toe.
Het volk trok echter partij voor Gregorius, en Centius zag
zich genoodzaakt om vergiffenis te vragen. Hij kreeg van
Gregorius tot antwoord: ,/Wat gij tegen mij hebt misdreven,
vergeef ik u; maar gij hebt tegen God en Zijne kerk gezon-