Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.155
losbandige feesten te bedwelmen. Toen Adalbert van zijn kwee-
keling zeker meende te zijn, bekleedde hij hem openlijk met
de koninklijke wapenrusting, door welke handeling Hendrik
meerderjarig verklaard, en gerechtigd werd , de teugels der
regeering zelf in handen te nemen.
Weldra was Hendrik IV zijn leermeester boven het hoofd
gewassen. Hij slaagde voorspoedig in het tenonderbrengen
van de vele edelen, die in verschillende deelen van het rijk
tegen hem opstonden, en regeerde daarna met eene willekeur,
die alle perken te buiten ging. Met schaamteloosheid dreef
hij handel in geestelijke ambten. De waardigheid van abt
werd somtijds openlijk geveild, en dan aan den meestbiedende
gegund. Bij voorkeur vertoefde hij te Goslar en te Harzburg
in het land der Saksers, die van de losbandigheid van hem
en zijne hovelingen erg te lijden hadden. Niet zelden deed
hij aan 't hoofd eener bende jonge edelen een strooptocht
naar de nabijgelegen dorpen en steden. Wie klaagde, dat
daarbij zijn vee geroofd, of zijne vrouw en dochters mishan-
deld waren, werd in den kerker geworpen en kon zijn leven
slechts koopen tegen den afstand van al zijne bezittingen.
Dit had een opstand der Saksers ten gevolge. Zij sloten
Hendrik IV op den Harzburg in, waar hij wel veilig was,
doch geen kans zag, de hulp der rijksgrooten te verkrijgen
in geval de opstand zich uitbreidde. Hij verliet daarom in
alle stilte den burcht en kwam, na drie dagen onder allerlei
bezwaren door de wouden gezworven te hebben, uitge])ut van
vermoeienis op ccne veilige plaats. Nu riep Hendrik eene
vergadering dcT rijksvorsten bijeen, en daarop verschenen ook
Saksische edelen, die eene aanklacht tegen hem inbrachten.
De vergadering oordeelde, dat Hendrik schuldig was, en
daardoor kon hij bij de rijksvorsten geene hulji krijgen tegen
de Saksers. Een zedeloos edelman verspreidde bovendien het
leugenachtig gerucht, dat Hendrik hem had omgekocht, om
een paar der rijksvorsten te, vermoorden, eji ofschoon Hendrik
aanbood zijne onschuld door een Godsoordeel, het gerechtelijk