Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.152
eigen vonnis te vellen sprak hij: ,/Ik, bisschop Gregorius,
de knecht der knechten Gods verklaar, dat ik wegens afschu-
wolijken handel in geestelijke ambten en Simonitische ketterij,
die tot mijne verkiezing den grond hebben gelegd, ontzet moet
worden van mijn Eomeinsch bisdom." Vier bisschoppen, die
allen spoedig overleden, werden nu achtereenvolgens door
Hendrik III op den Romeinschen zetel geplaatst. In Duitsch-
land deed hij zijn gezag niet minder krachtig gelden dan in
Italië. Toen hij in Frankrijk was om met Agnes van Poitiers
te huwen, leerde hij er een toestand kennen, dien hij besloot
ook in zijn rijk in te voeren. Ten gevolge van een langdu-
rigen hongersnood, die eene ongehoorde sterfte had doen ont-
staan, was het volk met vrees vervuld geworden. De geeste-
lijkheid schreef dezen ramp toe aan den toorn Gods, ontstaan
door de gruwelen en de ellende, die het vuistrecht veroor-
zaakte. Het jaar 1031 leverde zulk een rijken oogst op, dat
er een einde aan het lijden kwam, en terwijl men nog ver-
vuld was van dankbaarheid wegens deze uitkomst, drongen
de geestelijken erop aan, een algemeenen vrede te stichten,
om zich niet andermaal de vreeselijke straffen Gods op den
hals te halen. Op kerkvergaderingen, in verschillende deelen van
Frankrijk gehouden, werd bepaald, dat niemand het mocht wa-
gen eene hand naar een geestelijke uit te steken, dat ieder mis-
dadiger veilig zou zijn, wanneer hij op eene gewijde plaats
was gevlucht, en dat het recht van veete vervallen was; wie
zich aan deze voorschriften niet hield, zou in den ban ge-
daan, d. i. buiten de kerkelijke gemeenschap gesloten, of op
eene andere wijze, b. v. met een bedevaartstocht naar .Teru-
zalem, gestraft worden. Men noemde dit den Godsvrede (Fax
Dei), en het volk toonde er zich zoozeer mede ingenomen,
dat de menschen elkander in opgewondenheid verhaalden, hoe
de Godsvrede geen menschenwerk was, daar hij was voorge-
1) Aldus warcu dc bisschopjicn vim Rome sedert Gregorius den Grooten
gewoon zich te noemen.