Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.150
De Duitsche keizers Hendrik III
en Hendrik IV.
De ßoomsche bisschop Gregorius VII.
Na den dood van Hendrik II werd de Duitsche troon, door
de keuze van de hertogen des rijks , door Koenraad II van
Franken beklommen, wiens regeering vooral daardoor merk-
waardig is, dat hij in 1037, terwijl hij Milaan belegerde,
de oudste leenwet uitvaardigde, die in de geschiedenis voor-
komt. Hij bepaalde daarbij, dat alle leenen, die van her-
togen en bisschoppen afhankelijk en dus achterleenen waren,
erfelijk zouden zijn, en de achterleenmannen slechts door
eene rechtbank, die uit hunne evenknieën of gelijken was
samengesteld, en van welker uitspraak beroep op den keizer
was toegelaten, konden worden afgezet. Zijn zoon en opvol-
ger Hendrik III, die wegens zijne donkere gelaatskleur den
bijnaam van Den Zwarten kreeg, volgde zijn voorbeeld om
het Duitsche rijk uit te breiden. Hierdoor bracht Hendrik
ni het keizerschap wel tot het toppunt van macht, maar
legde hij ook de kiemen van de verwarring, die later het
Duitsche rijk teisterde. •
Hendrik III was een getrouw zoon der kerk. Wanneer
hij eenige verkeerdheid had begaan, biechtte hij het aan een
geestelijke, en liet liij zich door monin'ken het .aantal geesel-
slagcn geven, dat hem als boete was opgelegd. Dit nam
echter niet weg, dat hij zijn gezag tegenover de hoogere
geestelijken liet gelden, die zich in die dagen niet zelden aan
zedelooze handelingen overgaven. De priesters waren te dien
tijde nog meest allen gehuwd en leidden gemeenlijk een gere-
geld leven. De abten en bisschoppen daarentegen leefden
ongehuwd , en velen hunner leidden een schandelijk leven.
Oin dit te kunnen betalen, maakten zij zich schuldig aan