Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.149
brachten zij zooveel voort, dat zij naar middelen moestAi uit-
zien om het overtollige van de hand zetten. Daartoe kwam hun
de groote toeloop van menschen op hooge feestdagen, zooals
Kerstmis, Paschen, Pinksteren en den dag van den patroon of
beschermheilige van het klooster of van de kerk, te stade. Na
den afloop der mis boden zij hunne waren en daarbij ook
reliquieën en toovermiddelen tegen kwalen te koop aan. Het
gevolg hiervan was, dat op vele plaatsen het woord mis
de beteekenis van markt kreeg; in de Nederlanden veran-
derde het woord kerkmis in kermis. Allengs kregen de
burgers van de eene stad het recht in eene andere stad op
marktdagen eene hank of eene stal op te richten, ten einde
daarop hunne wareiT te koop aan te bieden. De edelen
wisten spoedig van den handel voordeel te trekken door
op hun grondgebied van de reizende kooplieden tol te heff'en,
en vooral ook door tegen eene geldelijke belooning aan de
kooplieden een gewapend geleide mede te geven, dat dikwijls
onontbeerlijk was wegens het gemis aan rijkspolitie.
Zoowel vrijen als onvrijen bezaten in de eerste helft der
middeleeuwen geene andere dan doopnamen. Ter onder-
scheiding kregen zij somtijds een bijnaam, die voor den minde-
ren man aan een handwerk was ontleend, zooals Mulder (mole-
naar), Bakker, en voor de edelen aan eene eigenschap van het
lichaam, van het verstand of van het gemoed of aan eene han-
deling, zooals de Dikke, de Eenvoudige, de Vrome, de Voge-
laar. Later begonnen de hooge edelen geslachtsnamen te voe-
ren, die aan een hunner allodiale of feudale goederen waren
ontleend, en aanvankelijk nog nu en dan veranderden. Bij de
lagere edelen kwam de aan een grondgebied ontleende ge-
slachtsnaam veel later in gebruik, terwijl^ door burgers en
boeren sedert de veertiende eeuw geslachtsnamen werden aan-
genomen, eene gewoonte, die bij hen eerst na de Middel-
eeuwen algemeen werd.