Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.8
bewaken. Toen zijne onschuld aan 't licht kwam, herstelde
Justinianus hem in zijne eer en schonk hij hem zijne goede-
ren terug, maar niet lang daarna stierf de groote veldheer,
onder den indruk van den ondank, dien hij voor de trouwe
diensten, sedert veertig jaren door hem bewezen, steeds had
ingeoogst. Het grootste gedeelte zijner bezittingen nam Justi-
nianus voor zich, het overige liet hij aan Antonina, die er
een klooster van stichtte. Acht maanden later overleed
Justinianus.
Het verval van het Oosti;omeinsche rijk nam na den dood
van Justinianus voortdurend toe door de onophoudelijke ker-
kelijke geschillen en de twisten om den troon. Om dezen
te verkrijgen of om er zich op te handhaven verminkte of
vermoordde men elkander op de gruwelijkste wijze. Van den
dood van Justinianus in 565 tot het jaar 717, dus gedu-
rende anderhalve eeuw, zaten achtereenvolgens vijftien keizers
op den troon. De laatste hunner werd verdreven en vervan-
gen door Leo III den Isauriër. Hij was een zoon van ge-
ringe lieden, die in Isaurië, een landschap in Klein-Azië,
woonden, en had zich door zijne talenten van gemeen soldaat
tot veldheer en eindelijk tot keizer weten te verheffen. Toen
hij den troon beklom, bevond zich het rijk in een hopeloo-
zen toestand. De Arabieren sloegen het beleg voor Constan-
tinopel, doch Leo III bestuurde zoo uitstekend de verdedi-
ging, dat zij moesten aftrekken na hunne vloot door de
werking van het Griehsche vuur te hebben verloren. Het
Grieksche vuur was eene brandstof, die door werktuigen op
de vijandelijke schepen geworpen werd en met water niet te
blusschen was. Hare samenstelling werd geheim gehouden
en is thans onbekend; sommigen meenen, dat naphtha er het
hoofdbestanddeel van was. De uitvinding van het Grieksche
vuur wordt toegeschreven aan Kallinïkus, die in de zevende
eeuw leefde.
Nadat bij ook menigen opstand in het binnenland had
gedempt, meende Leo den zoogenaamde^ beeldendienst te