Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
PLAAT I.
1. De wapenrustiag der edelen uit de Xlde eeuw bestoud uit een maliënkolder of hemd van ijzeren ringetjes vervaardigd,
en eene op dezelfde wijze bewerkte broek, Het hoofd was gedekt door een puntigen ijzeren helm. Men gebruikte ronde, recht-
hoekige of langwerpige in eene punt uitloopende schilden, meestal met eenig teeken versierd, zooala op bovenstaand plaatje
met een gefleurdeliseerd kruis.
De maliënkolder beveiligde wel tegen het zwaard, maar niet tegen de lans, en daarom begon men er een dik lederen wambuis
onder te dragen. Somtijds werd dit met ijzeren schubben bedekt en heette dan schubbenjak.
2. Om de borst beter tegen de lans te beveiligen begon men eene ijzeren plaat op de borst te dragen. Hieruit ontwikkelde
zich het harnas. De ridder op deze plaat draagt een maliënkolder, die bijna tot de knieën reikt en met ijzeren schubben is
versterkt. Zijn hoofd ïs bedekt met eene maliënkap en een zwaren ijzeren helm. Over het maliënhemd draag! hij een borst-
harnas. De beenen worden beschermd door ijzeren scheenplaten, die op de helft van het been met gespen zijn bevestigd. De
benedenarmen zijn op dezelfde wijze door armstukken beveiligd, en de handen door ijzeren handschoenen.
3. Het portret van een krijgsman uit de XlVde eenw. Onder zijn borstharnas draagt hij nog een maliënkolder. De
helm is van een vizier voorzien, terwijl de hals door een halsberg, de bovenarmen door armstukken, en de dijen gedeel-
telijk door dijstukken zijn beschermd.
4. In de XVde eeuw werd de wapenrusting der ridders tot volkomenheid gebracht. Zij bestoud uit staal, dat hier en
daar sierlijk gegraveerd was, en weerstand bood aan pijlen en geweerkogels, die op tamelijken afstand werden afgeschoten.
De dij- en de schouderstukken bestonden nit stalen platen, die een weinig langs elkander konden schuiven om de bewe-
ging gemakkelijk te maken.