Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.144
het gelukte te ontsnappen, werden door de boeren afgemaakt
of vielen in de handen van de hen vervolgende ruiters, die
hen onmiddellijk aan den eersten boom den besten ophingen.
Dit lot viel ook Boeltzoe, den aanvoerder der Magyaren, ten
deel. Slechts weinige Magyaren zagen hun vaderland weder.
Na dezen slag hadden de Duitschers geen grooten inval van
de Magyaren meer te verduren. Langzamerhand lieten dezen
hun nomadenleven varen, en begonnen zij zich ook op land-
bouw en nijverheid toe te leggen.
Nadat Otto opnieuw eene geduchte slachting onder de
Wenden had aangericht, omdat zij weder eene poging had-
den aangewend, het drukkende juk der Duitschers af te wer-
pen, trok hij ten tweeden male naar Italië, waar hij te Eome
door Johannes XII tot Eoomsch keizer werd gekroond. Vier
jaren lang moest Otto zich in Italië ophouden, omdat hij dan
hier, dan ginds de orde moest handhaven. Eens ontving hij
in zijne legerplaats een gezantschap van Romeinen, die Jo-
hannes Xn wegens het schandelijk leven, dat deze leidde,
bij hem kwamen aanklagen. Hij beriep daarop te Rome eene
kerkvergadering van Italiaansche en Duitsche bisschoppen om
over den aangeklaagde te richten. De vergadering verklaarde
Johannes XII vervallen van zijne waardigheid en stelde in
zijne plaats Leo VIII aan.
Van nu af verspilden de meeste Duitsche koningen hunne
beste krachten om zich in het bezit van Italië en van den kei-
zerstitel te handhaven. De rijksgrooten wisten daardoor voort-
durend hun eigen gezag te doen toenemen en het recht om den
opvolger des keizers te verkiezen aan zich te houden. Dikwijls
echter slaagden de keizers erin tijdens hun leven een hunner
zonen tot Roomsch koning of troonsopvolger te doen verheffen.
Otto de Groote stierf, nadat zijn zoon Otto II tot zijn
opvolger was gekozen, en werd te Maagdenburg begraven.
Otto II werd opgevolgd door zijn zoon Otto III en deze
door zijn bloedverwant Hendrik II den Heiligen, met wien
het geslacht van Hendrik I den Vogelaar in 1024 uitstierf.