Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.143
Van den bnrgeroorlog, die nu uitbarstte, zochten de Ma-
gyaren gebruik te maken. Moordend, brandend en roovend
trokken zij met ontelbare scharen door Beieren en Zwaben,
maar juist de kracht van hun inval en de snelheid, waarmede
zij voortrukten, brachten er toe bij, de opstandelingen, die
door Otto zeer in 't nauw waren gebracht, met hem te
verzoenen.
Voor Augsburg aan de Lech ontmoetten de Magyaren
voor 't eerst een heftigen tegenstand. Bisschop Ulrich, een
vriend van Otto, had besloten de stad tot het uiterste te
verdedigen. Aan 't hoofd eener afdeeling dappere ridders
waagde hij een uitval. Hij zelf bestuurde, zonder door helm
of pantser gedekt te zijn en in zijn bisschoppelijk gewaad
te paard gezeten, de beweging. Den volgenden morgen
bestormden de Magyaren de muren der stad. De Augsbur-
gers verdedigden zich onder de leiding van hun krijgskun-
digen bisschop Ulrich met leeuwenmoed, en eensklaps, eer de
strijd tot eenige beslissing had geleid, zagen zij de Magyaren
den aanval staken. Het bevel hiertoe was gegeven, omdat
het bericht in 't Magyaarsche kamp was ontvangen, dat
Otto I met een leger in aantocht was. Terstond trokken
de Magyaren hem langs den linkeroever der Lech tegemoet,
en weldra kwam het op het Lechveld tot een slag. De
Duitschers bereidden zich op bevel van Otto I door eene
plechtige godsdienstoefening tot den strijd voor en begonnen
toen den aanval. Aanvankelijk gelukte deze niet. Eerst
werden de Boheemsche en daarna de Zwabische ridders te-
ruggeworpen. Maar nu viel Koenraad de Magyaren met eene
uitgelezen bende Frankische aan, en hij slaagde erin hunne
gelederen te verbreken, waarna hij, door een vijandelijken
pijl getroffen, dood van zijn paard nederstortte. Zoodra Otto
het voordeel, dat de Franken behaalden, bemerkte, onder-
steunde hij met alle kracht hun aanval, en weldra sloegen
de Magyaren op de vlucht. Bij gansche hoopen werden zij
in de Lech gedreven, waarin zij verdronken. Anderen, wien