Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.142
dood van Lotharius veroorzaakt was door vergif, dat Berenga-
rius II hem had laten toedienen. Deze wist haar gevangen te
nemen en sloot haar in den sterken burcht Garda, aan den oever
van het meer van dien naam op, om haar daardoor de toestem-
ming af te dwingen. Met behulp van een geestelijke ontsnapte
zij, verschool zich eenige dagen in een moeras, waar een
arm visscher haar kommerlijk voedde, en slaagde er toen in,
Canossa, een burcht van den haar genegen bisschop van Reggio,
te bereiken, M-aar zij welwillend werd opgenomen door graaf
Azzo, den vriend van haar geslacht. Daar Adelheid thans
behoefte had aan een machtigen beschermer, wendde zij zich
tot Otto 1 den Grooten, die weduwnaar was, en bood dezen
met hare hand, hare rijke bezittingen en het uitzicht op de
koningskroon van Italië aan.
Otto I riep nu de Duitsche rijksgrooten bijeen om hen
over te halen tot een krijgstocht naar Italië, waardoor hij
misschien den titel van Roomsch keizer kon verwerven, en daar
de aanwezigen de Roomsche keizerskroon als het rechtmatig
erfdeel van de Duitsche koningen beschouwden, werd tot den
tocht besloten. Zonder tegenstand te ontmoeten trok Otto
Italië binnen. De steden openden hem hare poorten, en
weldra vierde hij binnen de muren van Pavïa zijne echtver-
bintenis met Adelheid. Hierop zond hij Frederik, den aarts-
bisschop van Mainz, met een gezantschap naar Rome ten
einde bisschop Johannes XII te verzoeken hem tot keizer te
kronen. Op verlangen van Alberik, die den Roomschen
bisschop geheel in zijne macht had, moest het gezantschap
met een weigerend antwoord terugkeeren. Otto zou zijn doel
wellicht hebben bereikt, indien hij met zijn leger naar Rome
ware getrokken, doch zijne tegenwoordigheid werd eerst in
Duitschland vereischt, dewijl zijne zonen Koenraad, de hertog
van Lotharingen, en Ludolf, de hertog van Zwaben, een
opstand tegen hem verwekten, die bij velen steun vond wegens
de ontevredenheid, die zijn huwelijk met eene vreemde vrouw
had tewee^ebracht.