Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
aanleiding van het gerucht, dat Justinianus overleden was,
verklaard had, dat hij niet onder de bevelen eener vrouw
wilde staan, toonde de keizerin Theodora zich over die
woorden zóó gebelgd, dat zij zijne terugroeping bewerkte.
De goederen van Belisarius werden verbeurd verklaard, en
slechts aan de voorspraak van zijne vrouw Antonina had hij
bet te danken, dat hem de vrijheid met een matig inkomen
werd gelaten. Kosroës I had nu de handen weder zóó ruim,
dat hij Justinianus dwong, hem eene aanzienlijke jaarlijksche
schatting te betalen.
Uit het Noorden vielen de Boelgaren en andere Slavische
volksstammen in het rijk. Zij drongen tot over den Hel-
lespont en tot de landengte van Korinthe door en verwoestten
ruim dertig steden, wier inwoners zij zonder onderscheid van
leeftijd of kunne op de wreedste wijze ombrachten: zij vilden,
spietsten en verbrandden hen. Toen deze roof- en moordtocht
een einde nam, vestigden zich verscheidene Slavische afdee-
lingen in het Grieksche rijk.
Bij den laatsten inval der Boelgaren was het Belisarius,
dien Justinianus weder in gunst aangenomen, en met het
opperbevel bekleed had, gelukt, Constantinopel tegen hunne
aanvallen te beschermen, maar ondanks de vele groote dien-
sten, die hij zijn keizer had bewezen, werd hij opnieuw het
slachtoffer van diens luimigheid en wantrouwen. Twee hove-
lingen hadden het plan opgevat, Justinianus in zijn paleis te
vermoorden. Hun voornemen werd verraden. De een door-
stak zich met den dolk, waarmede hij den keizer had
willen treffen, de ander werd gegrepen en hoopte zijn
leven te redden door twee ondergeschikten van Belisarius
als medeplichtigen te noemen. Dit tweetal werd op de pijn-
bank gebracht en verklaarde, op bevel van Belisarius te heb-
ben gehandeld. Belisarius kreeg van zijne vrienden den raad
te vluchtten, doch hij weigerde er gehoor aan te geven en
verdedigde zich tegen de beschuldiging. Nochtans liet Justi-
nianus zijne bezittingen in beslag nemen en hem in zijn palei