Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.140
het opheffen der rechterhand trouw zwoer. De aartsbisschop
reikte hem nu de teekenen der koninklijke waardigheid,
waaronder het zwaard van Karei den Grooten, over, zalfde
hem daarop met heilige olie en zette hem toen de kroon op.
Nu keerde Otto naar het paleis terug om den feestelijken
maaltijd te gebruiken, waarbij de hertogen des rijks dienst
deden. Giselbrecht van Lotharingen bestuurde als kamerheer
het feest, Eberhard van Franken zorgde als hofmeester
[truchsess, seneschaV) voor de spijzen. Herman van Zwaben
vervulde de betrekking van opperschenker en Arnulf van
Beieren had als maarschalk het oppertoezicht over de paar-
den. Aan deze hooge hofambten, die van nu af in Duitsch-
land in stand bleven, werden eerlang nieuwe verplichtingen
met betrekking tot het besturen des rijks en het aanvoeren
van legerafdeelingen verbonden.
Al spoedig na Otto's optreden als koning ontstond in zijn rijk
groote verwarring, daar niet alleen verscheidene rijksgrooten,
maar zelfs zijne broeders tegen hem opstonden. Met krachtige
hand wist hij echter allen te onderwerpen. Hij handhaafde
met groote gestrengheid zijne rechten, maar toonde zich
vergevingsgezind jegens ieder, die hem weder als koning
erkende. Aan Herman Billung, die hem in zijne oorlogen
trouw ter zijde stond, schonk hij zijn eigen hertogdom
Saksen, om zelf niets anders dan Duitsch koning te zijn.
Toen Arnulf van Beieren gestorven was, liet diens zoon
Eberhard zich tot hertog verheffen, zonder daartoe 's konings
goedkeuring te vragen. Otto viel terstond met een leger
in Beieren, verjoeg Eberhard en verving hem door diens
oom Berchtold, wiens hertoglijke macht echter zeer werd
beperkt. Otto ontnam hem het recht, dat vorige hertogen
van Beieren hadden bezeten, om bisschoppen naar willekeur
te benoemen, en stelde Arnulf, den jongeren broeder van den
verjaagden Eberhard, tot paltsgraaf van Beieren aan, om eï* in
's konings naam recht te spreken en er toezicht te houden op
de koninklijke burchten, landgoederen, leenen en inkomsten.