Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.139
nemen mede, de smadelijke betaling van eene jaarlijksche
schatting te staken, en manmoedig tegen de Magyaren te
velde te trekken. Met geestdrift werden zijne woorden be-
groet, en toen nu het Magyaarsche gezantschap verscheen om
de schatting, die tot dusverre geregeld betaald was, in ont-
vangst te nemen, weigerde Hendrik ze verder te betalen;
volgens de overlevering gaf hij als schatting een hond zon-
der staart en ooren. Spoedig daarop verscheen het leger der
Magyaren in Saksen, doch Hendrik bracht het bij Merseburg
zulk eene geduchte nederlaag toe, dat zij vooreerst geen inval
in Saksen meer waagden. Daar ieder deel des rijks zijne eigene
grenzen moest beschermen, hadden Beieren en Zwaben voor-
eerst nog wel van de Magyaren te lijden.
Ondertusschen hadden de Denen zich langzamerhand weder
meester gemaakt van Sleeswijk en Holstein. Hendrik trok
daarom met een leger op om die landstreken te heroveren,
doch de Deensche koning, Gorm, stond ze hem bij verdrag
af, daar hij geen strijd met hem durfde wagen. Hendrik
schonk het aldus gewonnen gebied als leengoed aan velen
zijner krijgsmakkers en maakte van Sleeswijk een markgraaf-
schap. Twee jaren later, in 936, stierf Hendrik de Yogelaar.
Hij werd in het door hem gestichte Quedlinburg in den Harz
begraven, waar nog een marmeren steen zijn graf aanwijst.
Zijn zoon Otto I„ die door zijne tijdgenooten de Groote
werd bijgenaamd, beklom nu, overeenkomstig het verlangen
zijns vaders, door de keuze der aanzienlijken, den troon. Hij
liet zich te Aken op plechtige wijze huldigen en zalven. In den
zuilengang, die het paleis met de doi^erk verbond, plaatste
Otto zich op den marmeren zetel van Karei den Grooten,
en daar kwamen de leenmannen hunne belofte van trouw
en gehoorzaamheid bevestigen door ieder, na elkander, hunne
hand in de zijne te leggen (handslag). Vervolgens begaf hij
ziöt naar de kerk, waar de aartsbisschop van Mainz hem als
den door God verkoren koning aan de opeengepakte menigte
voorstelde, die hem met vreugdekreten begroette en door