Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.136
door Beieren, Zwaben, Frankenland en Thüringen en ver-
wekten overal de grootste vrees. Terzelfden tijd onttrokken
de rijksgrooten zich meer en meer ^.an het koninklijk gezag
en verzuimden in hunne onderlinge twisten het gemeen-
schappelijk vaderland tegen het moorden, branden en rooven
der Magyaren te beschutten. Saksen, Franken, Zwaben,
Beieren en Lotharingen kwamen ieder onder het gezag van
een hertog, die bijna onafhankelijk was van den koning.
Eeginai^ die zich als hertog van Lotharingen had opgeworpen,
scheurde zich echter van Duitschland los en stelde zich met
zijn hertogdom onder bescherming van den Fransclien koning
Karei den Eenvoudigen.
Toen met Lodewijk het Kind, die slechts den ouderdom
van achttien jaar bereikte, de Karolingers in Duitschland
waren uitgestorven, besloten de Duitsche hertogen, gedeelte-
lijk uit gewoonte, gedeeltelijk omdat het rijk tegen de Magy-
aren beschermd moest worden, een nieuwen koning te kiezen.
Zij verlangden een koning, die hen tegen machtige vijanden
in hunne heerschappij kon handhaven, maar die hun de
souvereiniteit in hun hertogdom liet behouden. Koenraad van
Franken werd gekozen en volgens Frankische gewoonte door
een bisschop gekroond en gezalfd. Niet lang na deze gebeur-
tenis overleed Otto, de hertog van Saksen en Thüringen. Zijn
zoon Hendrik volgde hem op, zonder om de goedkeuring van
Koenraad I te verzoeken. Deze betwistte hem het recht,
zonder de koninklijke goedkeuring de hertogelijke waardigheid
te aanvaarden en bepaalde, dat hij hertog van Saksen kon
blijven, maar Thüringen af moest staan. Hendrik wilde zich
aan de koninklijke uitspraak niet onderwerpen, greep naar
het zwaard en hield zich zegevierend staande. Toen Koenraad,
die geene mannelijke nakomelingen bezat, tegen het einde
van het jaar 918 den dood voelde naderen, liet hij zijn broe-
der Eberhard bij zich komen en sprak hem op deze wijze
aan: //Het lot van het rijk der Franken is in uwe hand.
Wij zijn machtig en bezitten de teekenen der koninklijke