Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.134
genoeg ontvolkt en onbebouwd, omdat zij sedert eene reeks
van jaren het tooneel van de invallen der Noormannen was
geweest.
Als een heiden gedoopt werd, ontving hij een naam, die
bij de Christenen in gebrujk was. Aan Rollo was dien van
Robert gegeven. Robert schonk een gedeelte gronds aan ieder
zijner krijgslieden, die daarop als baronnen den adel des rijks
vormden. Hij handhaafde met zulk eene krachtige hand orde
en veiligheid, en zijne baronnen namen zoo spoedig de be-
schaving, die in Frankrijk bestond, over, dat het hertogdom
Normandië zeer spoedig weder bevolkt werd door huisgezinnen,
die er zich als hoorigen kwamen vestigen om aan de verwar-
ring en onveiligheid, die in de omliggende gewesten heersch-
ten, te ontkomen.
Onder de Karolingers, die Karei den Eenvoudigen opvolg-
den, bleef de verwarring in Frankrijk aanhouden, en ging
de koninklijke macht zoo achteruit, dat Lodewijk V de Doe-
niet (Fainéant), geen enkel gewest meer bezat. Toen deze in
987 M'as gestorven , liet Hugo Capet, een der nakomelingen
van Odo, graaf van Parijs, die den titel van hertog van Francia
hadden aangenomen, zich te Rheims tot koning kronen. Hij
overwon den laatsten Karolinger, Karei genaamd, een zoon van
Lodewijk V, en sloot hem tot zijn dood met zijne gemalin
in een kasteel op. Onder Hugo Capet en zijne nakomelingen,
Capetingerf genoemd, bleef Frankrijk nog geruimen tijd in een
groot aantal, slechts in naam afhankelijke leengoederen ge-
scheiden. Daar de koning zijn gezag niet kon doen gelden,
meende ieder aanzienlijk heer wraak te mogen nemen over
elk ongelijk, dat hem werd aangedaan. Men noemde dit het
recht van veete. Dientengevolge waren de edelen voortdurend
met elkander in oorlog. Ieder edelman, die wegens bloed-
wraak of soms wegens eene onbeduidendheid in veete leefde
met een ander, zocht diens kasteel te verwoesten en hem in
handen te krijgen om hem in een vreeselijk kerkerhol op
te sluiten, of tegen een groot losgeld vrij te laten. Van die