Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.133
zekeren. De Noormannen drongen in 845 tot Parijs door, en
in plaats van hen met de wapenen te verdrijven, kocht hij
hun aftocht voor groote sommen gelds, waardoor zij opge-
wekt werden terug te keeren. Karel's machteloosheid ver-
wekte zulk eene ontevredenheid, dat de graven zich weinig
meer aan den koning gelegen lieten liggen, en deze het niet
meer durfde wagen, hun bestuur door zendgraven te laten
nagaan. Het gevolg hiervan was, dat menige graaf maatre-
gelen nam om zich in het bestuur door zijn zoon' te doen
opvolgen. Daar het bestuur van Karel's zoon en beide klein-
zonen, die na hem achtereenvolgens den troon beklommen,
even ellendig was als het zijne, besloten de aanzienlijken den
zoon van Lodewijk den Duitscher, Karei den Dikken, die
over Duitschland regeerde, ook tot koning van Frankrijk te
verkiezen. Men hoopte, dat hij de Noormannen met kracht
te keer zou gaan. Werkelijk trok hij tegen hen op; maar
toen hij in hunne nabijheid was gekomen, ontzonk hem de
moed, en sloot hij met hen een schandelijk verdrag, waarbij
hij hun Bourgondië en de omtrek van Parijs ter plundering
overliet. Spoedig daarop werd hij weder afgezet. De Fran-
sche graven en hertogen, die zich meer en meer onafhanke-
lijk maakten van den koning, geraakten verdeeld over den
persoon, wien nu de koninklijke waardigheid zou worden op-
gedragen. Sommigen verkozen Odo of Eudes, den grfiaf van
Parijs, die wakker tegen de Noormannen had gestreden, an-
deren den Karolinger Karei den Eenvoudigen. Na den dood
van Odo, in 898, werd Karei de Eenvoudige algemeen als
koning erkend, doch hij bezat minder macht dan de meeste
zijner hertogen en graven. Hij was daarom niet in staat.
Frankrijk tegen de Noormannen te verdedigen, en sloot in
912' een verbond met hun aanvoerder Eollo, waarbij bepaald
werd, dat deze zich met al zijne krijgslieden zou laten doo-
pen, op voorwaarde, dat Karei hem zijne dochter Gisela tot
vrouw, en de landstreek ten Oosten van Bretagne in bezit zou
geven. Deze landstreek, sedert Normandië geheetcn, was na-