Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.132
zich later meer en meer ontwikkelde, behoorde onder de voor-
schriften , dat de leenman, die zijne verplichtingen jegens
zijn leenheer niet nakwam, of, zooals het genoemd werd,
zich aan félonie schuldig maakte, zijne goederen en zijn leven
verbeurde. Nadat de koningen meer macht over de leenman-
nen hadden verkregen, werd het ook gebruikelijk, dat dezen
een deel van hun feudum onder de verplichtingen, die hen
aan hun leenheer verbonden, aan iemand in leen gaven, en
deze was dan de achterleenman van den koning.
Het leenstelsel ontwikkelde zich het eerst in Italië, waar,
na het uitsterven der Karolingers, de rijksgrooten en de hooge
geestelijken zich ieder in zijn gebied onafhankelijk zochten te
maken. Hierdoor gingen de eenheid en de kracht zoozeer
verloren, dat Italië in het Noorden eene gemakkelijke prooi
werd van de plunderende Magyaren en in het Zuiden veel te
lijden had van de Noormannen, die er zelfs rijken stichtten.
Vele vrije boeren, die hunne veiligheid te duur gekocht acht-
ten door zich als hoorigen aan een machtig heer te verbin-
den, zochten eene schuilplaats in eene der talrijke goed ver-
sterkte steden, die hierdoor in bevolking en door handel en
nijverheid in bloei toenamen. Bouwkundigen, goud- en wapen-
smeden hadden in deze dagen druk werk, en de geestelijkheid
wendde al hare krachten aan om de hoorigen, die zich voor-
namelijk met die handwerken bezighielden, de vrijheid te doen
verwerven. In menige stad stond aan het hoofd der regee-
ring een bisschop, in wiens naam recht werd gesproken, die
eene menigte vazallen had, en die niet zelden de krijgsmacht
van zijn gebied in persoon aanvoerde. "Wel kozen of erken-
den de rijksgrooten nu en dan een koning, doch zijn gezag
was onbeduidend.
De Karolingers in Frankrijk. Hugo Capet.
Karei de Kale was niet in staat aan het rijk, om welks
bezit hij zoo lang had gestreden, veiligheid en rust te ver-