Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.127
Kalen naar de legerplaats zijner zonen, die hen ieder in een
verschillend klooster plaatsten. Pepijn begaf zich weder naar
Aquitanië, Lodewijk naar Beieren, en Lotharins vestigde zich
te Aken om er de keizerlijke heerschappij uit te oefenen.
Lotharius' heerschzucht wekte de ontevredenheid van Lode-
wijk en Pepijn op, en dewijl het volk medelijden kreeg met
den ongelukkigen Lodewijk den Vromen, werd deze weder
op den troon geplaatst en Lotharius naar Italië gezonden,
welk gebied hij niet zou mogen verlaten zonder de toestem-
ming zijns vaders. Lodewijk de Vrome riep terstond Judith
en Karei den Kalen weder aan zijn hof, en toen Pepijn
spoedig daarop overleed, liet de zwakke keizer zich door zijne
vrouw overhalen tot eene nieuwe regeling der erfopvolging.
Daarbij werd aan zijn zoon Lodewijk, die het steeds het
best met zijn vader had gemeend, niets dan Beieren gelaten,
terwijl het overige des rijks tusschen Lotharius en Karei den
Kalen verdeeld zou worden. Lodewijk was hierover zoo ont-
stemd , dat hij zich met de Aquitaniërs, die voor de rechten
van Pepijn's zonen opkwamen, verbond en zijn vader den
oorlog aandeed. Te midden van den krijg overleed Lodewijk
de Vrome in eene tent op een eiland in den Rijn nabij
Ingelheim. De bisschop, die aan zijn sterfbed stond, ver-
maande hem, niet met toorn in het hart de wereld te ver-
laten. Eerst wilde de stervende keizer van geene verzoening
met zijn zoon Lodewijk weten; eindelijk sprak hij: Welnu,
ik schenk Lodewijk voor God en voor u vergiffenis, maar
dra^ u op, hem te zeggen, dat hij zijn grijzen vader met
droefheid ten grave doet dalen."
De dood van Lodewijk den Vromen had eene groote ver-
warring ten gevolge. Ieder zijner zonen zocht zich van het
grootst mogelijk deel der Frankische heerschappij meester te
maken. Eindelijk vereenigden zich Lodewijk en Karei tegen
Lotharius. Bij Fontenaille, niet ver van Auxerre, kwam
het tot een bloedigen slag, waarin de bloem van den Fran-
kischen adel sneu vélde, en waarvan het eenige gevolg was,