Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.126
kochten bij de heidenen voor weinig geld kinderen, die zij
opvoedden met het doel om hen op volwassen leeftijd op de
slavenmarkten, die in alle oorden der bekende wereld wer-
den gehouden, te verkoopen. Op aandrang der geestelijkheid
was bij de wet bepaald, dat ieder Christen het recht had,
een slaaf, die zich liet doopen, van den Joodschen eigenaar
op te eischen, tegen betaling van de som, waarvoor deze
hem had gekocht. De Joden leden groote schade door die
wet, en toonden zich zeer genegen, aan Judith groote som-
men te betalen, wanneer deze bewerkte, dat hun slavenhandel
van dien knellenden druk werd bevrijd. Judith wist nu haar
zwakken echtgenoot het besluit te doen uitvaardigen, dat geen
slaaf zonder toestemming van zijn Joodschen meester ge-
doopt mocht worden. Wel wekte dit besluit zoowel bij het volk
als bij de geestelijkheid algemeene verontwaardiging op, maar
Lodewijk de Vrome handhaafde het. Nu gelukte het Judith te
verkrijgen, dat Lodewijk eene verandering bracht in de reeds
door hem bezworen regeling der erfopvolging ten voordeele van
zijn zesjarig zoontje Karei den Kalen. Lodewijk's drie oudere
zonen spanden hierop tegen hun vader samen. Het kwam tot een
oorlog en bij Colmar in den Elzas stonden weldra de legers
tegenover elkander. De Roomsche bisschop Gregorius IV,
die zich in het leger der zonen bevond, begaf zich naar
Lodewijk den Vromen om als bemiddelaar op te treden. Ver-
scheidene dagen werd er onderhandeld en gedurende dien tijd
slaagden de drie zonen erin, het grootste gedeelte van Lode-
wijk's leger over te halen om hunne zijde te kiezen. Toen Gre-
gorius IV, zonder eene overeenkomst tot stand te hebben
gebracht, Lodewijk's legerplaats verliet, liepen groote afdee-
lingen krijgslieden tot de broeders over. Mistroostig sprak
Lodewijk tot de kleine schare, die hem getrouw bleef: //Gaat
ook gij tot mijne zonen over, gij zult anders noodeloos uw
leven om mijnentwil verliezen." Sedert werd de vlakte, waar
de legers tegenover elkander hadden gestaan, het Leugenveld
genoemd. Lodewijk begaf zich nu met Judith en Karei den