Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.125
over hem sprak en hem ter dood veroordeelde. Lodewijk de Vro-
me wilde hem echter genade verleenen en veranderde daarom de
doofstraf in het uitsteken der oogen. Drie dagen nadat deze straf-
oefening aan hem was voltrokken, stierf Bernhard. Hierover
geraakte Lodewijk de Vrome in eene pijnlijke onrust, en toen
kort daarop zijne vrouw onverwachts overleed, beschouwde
hij dit als eene st'jf des Hemels. Door vasten, gebeden en
boetedoeningen trachtte Lodewijk zijn geweten tot rust te
brengen, en darr hem dit niet gelukte, besloot hij de regee-
ring neder te leggen en in een klooster te gaan. De geeste-
lijken van zijne omgeving, die zooveel aan hem te danken
hadden, zochten hem van dit voornemen te doen afzien en
rieden hem aan, een nieuw huwelijk te sluiten. Hij huwde
daarop met Judith, de dochter van den Beierschen graaf
Welf. Zijne gemoedsrust keerde echter niet weder, en toen
riep hij te Attigny de rijksgrooten bijeen. Hij verscheen ter
vei^adering in het kleed van een boeteling, beleed open-
lijk hetgeen hij misdreven had, en verzocht daarna den bis-
schoppen hem eene boete op te le^en. In de kerk beleed
hij ten aanhooren van het volk nogmaals zijne zonden.
Ondertusschen was Judith moeder geworden van een zoon,
die onder den naam van Karei den Kalen bekend is, en nu
werd het haar streven, dien zoon een deel der aan Lode-
wijk's andere zonen toegewezen Frankische heerschappij te
doen verwerven. Zij wist 's keizers voornaamste raadslieden
van het hof te verwijderen met behulp van haar gunsteling
Bernhard van Septimanië, en zocht tevens de rijksgrooten
door aanzienlijke geschenken op hare hand te krijgen. Toen
zij hierdoor de middelen, die te harer beschikking stonden,
had uitgeput, verschafte zij zich op de volgende wijze geld.
De Joden, die zich reeds eeuwen te voren in Frankrijk had-
hadden gevestigd , waren ondanks de verachting, waarmede
de Christenen hen behandelden, in aantal toegenomen. Velen
hunner hadden zich door den handel schatten verworven.
Het meest winstgevend was voor hen de slavenhandel. Zij