Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.122
uitgemaakt, doch zijn zoon Lodewijk de Vrome verzette er
zich tegen uit vrees, dat het door het lijden van den Zalig-
maker verheerlijkte werktuig door iemands vermetelheid
onteerd mocht worden. 5. De gewijde bete bestond daarin,
dat den aangeklaagde onder vreesaanjagende vervloekingen
een gewijden ouwel (hostie) in den mond werd gelegd; kon hij
dien terstond inslikken, en werd hij na het gebruik ervan
niet ziek, dan was hij onschuldig. 6. Het heüig avondmaal
was voor priesters en monniken en kwam met de gewijde bete
overeen; alleen meende men, dat de geestelijke, indien hij
schuldig was, na het gebruik van de hostie onmiddellijk
sterven zou. Stierf hij niet, dan moest hij onschuldig wor-
den geacht. 7. De haarproej werd toegepast bij moorden.
Men bracht den aangeklaagde bij het lijk van den vermoorde,
dat op eene baar was gelegd en liet hem dit aanraken.
Begonnen dan de wonden te bloeden zoo was daardoor de schuld
bewezen. Reeds vroeg verstond men de kunst om den uitslag
van een godsoordeel door bedrog op een wonder te doen
gelijken.
Lodewijk de Vrome en zijne zonen.
Door het onderwijs, dat Lodewijk de Vrome van geleerde
geestelijken had ontvangen, was hij zoo ver gekomen, dat
hij Latijn en Grieksch met gemakkelijkheid schreef en sprak,
en had hij een heiligen eerbied voor de kerk opgevat. Zijne
eerste regeeringsdaad bestond daarin, dat hij de lichtzinnig-
heid, die Karei de Groote aan zijn hof had toegelaten, ver-
bood. Vervolgens belegde hij een rijksdag te Paderborn,
waarop hij aan de Saksers vele rechten en goederen, die zijn
vader hun ontnomen had, teruggaf, en daarna riep hij de bis-
schoppen uit zijn rijk te Aken bijeen, om regelen vast te
stellen voor de kerkelijke tucht. Op deze vergadering werd
O. a. bepaald, dat de bisschoppen door de geestelijken en de