Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Juris, drie verzamelingen van wetten. Eerst liet hij door
zijn gunsteling, den rechtsgeleerde Tribonianus, de Eomeinsche
wetten verzamelen, het Codex Justinianeus. Eenigen tijd
later werden daaraan toegevoegd eenige vonnissen en ver-
klaringen van oude beroemde rechtsgeleerden, de Pandecten
of Digesten, en eindelijk eenige wetten van Justinianus zeiven,
Novellen genoemd. Het Corpus Juris werd ingevoerd bij de
Byzantijnsche rechtbanken en diende later ook tot richtsnoer
bij de rechtspraak der Germaansche volken.
De keizers van het Oostromeinsche rijk hadden zich sedert
476 steeds beschouwd als de rechtmatige erfgenamen der
heerschappij van den door Odoäker onttroonden Eomülus
Augustülus. Justinianus wilde zijn gebied met deelen van
het vroegere Westromeinsche rijk vergrooten en vond daartoe
weldra eene ongezochte gelegenheid.
De Vandalen, die onder Genserik een nieuw rijk hadden
gesticht in het Noorden van Afrika, waren in het warme
klimaat door de weelderige levenswijze, die zij na het behalen
van onmetelijken buit hadden aangenomen, meer en meer
ontzenuwd. Hun koning Hilderik, een zachtmoedig, onbe-
duidend man, haalde zich den haat van vele aanzienlijken op
den hals, omdat hij zich jegens de katholieke Christenen
welwillend gedroeg, terwijl de Vandalen Ariaansche Christenen
waren. Van dit misnoegen maakte zijn bloedverwant Gelïmer
gebruik om hem van den troon te stooten en met zijne kin-
deren in de gevangenis te werpen. Justinianus trok zich het
lot van Hilderik aan en zond Gelimer een gezantschap met
het verzoek, den onttroonden vorst voor het minst de vrijheid
te geven. Gelimer gaf het gezantschap een beleedigend ant-
woord, en hierin vond Justinianus, onder de gebruikelijk
geworden verklaring, dat hij oprecht den vrede had trachten
te bewaren, eene gewenschte aanleiding om eene poging te
doen tot het veroveren van het gebied der Vandalen. Hij
zond er Belisarius met een leger van slechts 10,000 voet-
knechten en 5,000 ruiters heen. In het eerste treffen reeds