Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.121
landbouw onmisbare veeteelt, de stedelingen de om de stad
gelegen weiden in gemeenschappelijk gebruik hadden, echter
niet voor vee, dat zij elders kochten. In tijden van gevaar
werd het vee 's nachts binnen de stad gedreven.
De woningen in de steden waren va,}! ééne verdieping en
gewoonlijk van hout, zoodat bij brand eene stad niet zelden
voor een groot gedeelte of zelfs geheel in de asch werd gelegd.
Het bouwen van steenen huizen nam echter hand over hand
toe. Het eerst had dit plaats met kerken, maar weldra ook
bouwden de landsheeren en de edelen in de steden steenen
woningen, die geheel het aanzien van burchten hadden.
Op iedere hoeve, zoowel in de steden als op het platteland,
bevonden zich hoorige handwerkslieden. Alle hoorigen, die
in dienst van den heer een zelfde handwerk uitoefenden, ston-
den onder een opzichter, die in latere tijden den naam van
jneesïej" droeg, en woonden in een zelfde gebouw. Intusschen
waren er in de steden en elders ook vrije handwerkslieden,
en hun aantal vermeerderde langzamerhand in die steden, waar
tengevolge van de marktvrijheid en het daarmede verbonden
vrije verkeer de hoorigheid werd afgeschaft. De vrijen, die
in eene stad een zelfde handwerk uitoefenden, sloten zich uit
eigen aandrift tot een gilde aaneeii.
De bij onbeschaafde volken bestaande gewoonte om aan de
rechtvaardige Godheid een oordeel af te dwingen, en die bij
de Germanen als gerechtelijk tweegevecht voorkomt, kwam,
sedert het Christendom bij hen was ingevoerd, meer en meer
tot ontwikkeling. Als Godsoordeelen of ordaliën werden de
volgende proeven genomen. 1. Het gerechtelijk tweegevecht.
2. De vuurproef. 3. De waterproef. 4. De kruisproef, daarin
bestaande, dat men tijdens de godsdienstoefening zoo lang
mogelijk met uitgestrekte armen bleef staan. Wie in deze
houding het langst onbewegelijk bleef, won het op zijn
tegenstander. Karei de Groote had in zijn testament bepaald,
dat de geschillen, die over de verdeeling van zijne nalaten-
schap mochten ontstaan, door de kruisproef zouden worden