Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.120
werd gelegd door de vergunning, die door den heer der stad
aan plaatsen, die gunstig waren gelegen voor den handel, of
die als oude heidensche offerplaatsen, of wegens eene voor
bizonder heilig gehouden Christenkerk een druk verkeer had-
den, werd geschonken, om er week- en jaarmarkten te houden.
Terwijl de weekmarkten meer dienden om aan de plaatselijke
behoeften te gemoet te komen, werkten de jaarmarkten vooral
de ontwikkeling der steden in de hand, want zij lokten eene
menigte, zelfs vreemde kooplieden uit afgelegen landen, en
bevorderden daardoor het vrije verkeer en de daarvoor nood-
zakelijke vrijheden. Karei de Groote schonk het marktrecht
aan verscheidene voor den handel goed gelegen plaatsen, zooals
Aken, Maagdenburg, Bamberg, Eegensburg enz. Met het
marktrecht schonken de landsheeren gewoonlijk het muntrecht,
het vrijgeleide en het tolrecht. Dewijl in die dagen nooit
op crediet werd verkocht, was baar geld een onmisbaar ver-
eischte om handel te drijven, en daar er geen algemeen gang-
bare munt bestond, brachten de kooplieden goud en zilver
mede, dat zij op de plaats, waar zij de jaarmarkt bezochten,
lieten munten. Op plaatsen, die het muntrecht bezaten, mocht
niemand den in de middeleeuwen zoo gewichtigen geldhandel
uitoefenen dan de muntmeesters, de goud- en zilversmeden
en de Joden. Om den handel mogelijk te maken werd op
de markt niet alleen een vrij personenverkeer, aanvankelijk
alleen voor vrijen, toegestaan, maar ook bescherming van de
koopwaren, die ter markt gebracht of er verkocht werden,
en, zoo noodig, vrijgeleide voor de komenden en gaanden.
Ter vermeerdering hunner inkomsten richtten de heeren aller-
wegen tollen op, maar al spoedig werd aan de plaatsen, die
het marktrecht hadden verkregen, voor de inwoners en later
voor de kooplieden, die de markt bezochten, tolvrijheid toe-
De woningen in de steden waren aanvankelijk niets anders
dan door eenig bouwland omgeven hoeven, gelijk zij in de
marken voorkwamen, terwijl ten behoeve van de voor den