Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.119
daarom kreeg de bouwkunst, die zich daaruit ontwikkelde,
den naam van Romaansche. Voor de uitvoering van de ge-
bouwen wist Karei door voordeelige aanbiedingen vrijen, die
zich aan kunsten en handwerken wijdden, bijeen te brengen.
Ook verleende hij zijne bescherming aan de vrijen, die zich
aan den handel wijdden, zoodat deze onder zijne regeering
eene steeds hoogere vlucht nam.
Het gebied, dat tot eene konings- of heerenhoeve behoorde,
vormde een afgesloten geheel, en mocht niet vrij betreden
worden door iemand, die er niet thuis behoorde. De lijfeige-
nen, hoorigen en vrijen, die op dat gebied woonden, waren
in een of meer dorpen vereenigd, en daar de hoorigen het
gebied, waar zij woonden, niet mochten verlaten en dus ook
geene huwelijken konden sluiten met personen buiten dat
gebied, begonnen zij zich meer en meer als een gilde, eene
algemeene benaming voor vereeniging of genootschap, aan
elkander te sluiten. De hoorigen, die tot dezelfde hoeve
behoorden , hadden een vrij verkeer met elkander over het
gansche gebied der hoeve, maar zij waren, zonder de tus-
schenkomst van hun heer, afgesloten van het verkeer met
vreemden, waaronder men allen verstond, hetzij vrijen of
onvrijen, die niet tot het genootschap der hoeve behoorden.
Aanvankelijk waren de Germaansche steden slechts daarin
van de dorpen onderscheiden, dat zij door vestingmuren en
grachten omgeven waren, want hetzij zij uit herbouwde Eo-
meinsche steden of uit dorpen waren ontstaan, de eerste
stedelingen waren aan dezelfde bepalingen gebonden, die in
marken en dorpen heerschten. Er waren drie soorten van
steden: vrije, wier inwoners allen persoonlijk vrijwaren, ge-
mengde, wier bevolking gedeeltelijk vrij, gedeeltelijk hoorig
was, en eindelijk steden, die geheel aan den koning, of aan
een bisschop of aan een heer behoorden en slechts hoorigen
tot bewoners telden. Langzamerhand onderscheidden de steden
zich ook van de dorpen door vrijheid van verkeer, en verkre-
gen de hoorigen in de steden meer vrijheid. De grond hiertoe