Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.118
die zich iu zijne oorkonden, ofschoon nog uiterst zelden, van
de Christelijke jaartelling bediende. Deze heeft haar ontstaan
te danken aan den abt Dionysius, bijgenaamd Exigüus (de
Kleine), die in de eerste helft van de zesde eeuw te Rome
tabellen vervaardigde van den tijd, waarop het Paaschfeest
moest worden gevierd, en dezen in verband bracht met het
geboortejaar van Christus. In de berekening van dit jaar
heeft hij zich vergist, daar het volgens de evangeliën vier
of zes jaren vóór het aanvangspunt der Christelijke jaartelling
moet geplaatst worden. In de tweede helft der zesde eeuw
kwam deze jaartelling bij de kerk te Rome in gebruik. Se-
dert de eerste helft der achtste eeuw vond zij meer algemeen
ingang door de geschriften • van den Engelschen presbyter
Beda, bijgenaamd Venerabilis (de Eerwaardige), die o. a. eene
kerkelijke geschiedenis der Anglen schreef. Reeds in de
tiende eeuw was zij in Frankrijk en Duitschland, ook bij de
leeken, algemeen in gebruik. Tegen het einde der achttiende
eeuw begon men ook met jaren vóór Christus te tellen. Eer
dit plaats had telde men in de geschiedenis der Oudheid de
jaren naar verschillende tijdrekeningen: die der Romeinen
rekende men van de stichting van Rome (753 v. C.), en
die der Grieken van de eerste Olumpiade (776 v. C.) enz.
Op zijne reizen in Italië had Karei groote liefde opgevat
voor muziek en bouwkunst. Om het afschuwelijk kerkge-
zang der Franken te verbeteren, stichtte hij te Metz en te
Soissons zangscholen, aan ieder van welke een bekwaam Ita-
liaansch zanger, hem op zijn verzoek door den Roomschen
bisschop Adriaan gezonden, werd geplaatst. De zangmeesters
klaagden echter evenals Alcuïnus over de lompheid der Fran-
ken. Beter slaagde Karei erin, eene nieuwe bouwkunst in
zijn rijk in te voeren. Hij liet prachtige paleizen, zooals te
Aken en te Ingelheim, voor zich bouwen en stichtte in eerst-
genoemde stad ook eene schoone kerk, naar het plan en on-
der het toezicht van den abt Ansigis. Die groote bouwwerken
verrezen onder de leiding van Italiaansche bouwmeesters en