Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.116
schoppen en stem op de kerkvergaderingen. De abdissen der
nonnenkloosters zochten ook grootere voorrechten te verkrij-
gen, doch dewijl zij als vrouwen van de priesterlijke waar-
digheid waren uitgesloten, slaagden zij daarin niet. Toen de
kloosters zeer rijk werden, bekleedde ook wel eens een leek
de voordeelige betrekking van abt. Hij had dan een dekaan
of prior onder zich, om het geestelijk toezicht te houden.
Weldra ontstonden er ook kloosters zonder abten.
Het huwelijk der geestelijken was in de dagen van Karei
den Grooten nog niet verboden. Velen hunner leidden een
niet onberispelijk leven. Als hoogere geestelijken van mis-
daden waren beticht, werden zij wel voor den koninklijken
rechter gedaagd, doch daarbij deden geestelijken van hun
stand uitspraak. Lagere geestelijken hielden zich aan het
Romeinsche recht, waardoor dit meer en meer ingang vond
bij de Germaansche volken. Uit eenige bepalingen, die de
Byzantijnsche keizer Justinianus bij het Corpus Juris had
gevoegd, aangaande de rechten en verplichtingen der geeste-
lijken , ontwikkelde zich langzamerhand het kerkelijke of
canonieke recht, waaronder de geestelijken stonden.
Ofschoon Karei in zijne jeugd weinig had geleerd, stelde
hij hoogen prijs op wetenschap, en zocht hij de gebreken
zijner opvoeding zoo krachtig uit te wisschen, dat hij op
lateren leeftijd nog Latijn leerde spreken en Grieksch
verstaan. Hij bevond zich gaarne in gezelschap van geleer-
den, onder wie, behalve de reeds genoemde, zijn geheim-
schrijver Eginhard zich bevond, die zijn leven heeft beschre-
ven. Met kracht drong Karei er bij de geestelijkheid op aan,
onderwijs te geven, en daardoor verrezen allerwegen klooster-
scholen, waarvan die, welke Hrabanus Maurus te Fulda stichtte,
als voorbeeld werd genomen. Men onderwees daar in 't La-
tijn de zeven vrije kunsten: het trivium: spraakkunst, rede-
neerkunst en welsprekendheid, en het quadrivium: muziek,
rekenkunst, meetkunst en sterrenkunde. Aan het hof richtte
Karei eene school op onder de leiding van Alcuïnus, Daar