Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.114
baarheid der rechtspraak verminderde, daar de rechters niet
meer in de open lucht, maar in vertrekken zitting hielden,
en er dus geene ruimte genoeg was om aan alle vrijen de
gelegenheid te geven, de behandeling eener zaak te volgen.
Om echter misbruik bij de rechtspleging te voorkomen en
door het geheele rijk volgens dezelfde beginselen recht te doen
spreken, vaardigde Karei met inachtneming van de voorrechten
en eigenaardigheden van de verschillende volken, die deel
uitmaakten van zijn rijk, eene reeks verordeningen uit, die
bekend zijn onder den naam van capitulariën en in de La-
tijnschfi taal zijn opgesteld. In het strafrecht kwam langza-
merhand eene groote verandering, dewijl het betalen van
weergeld meer en meer werd vervangen door straffen aan
eer, lijf en leven.
Karei riep, in den herfst en in. de lente (thans Meiveld)
de bezitters van een allodium of van een beneficium nog wel
bijeen, om onder zijne leiding over de belangen des rijks te
raadplegen, doch het gewicht dezer vergaderingen nam meer
en meer af, dewijl het gansche bestuur ingewikkelder werd.
Karei stelde als zijn eersten ambtenaar voor de regeerings-
zaken een referendaris (in latere tijden Icansélier genoemd)
aan, die aan het hoofd stond der kanselarij, een vertrek,
waar de staatsstukken door mindere ambtenaren geschreven,
en daarna van 's keizers zegel voorzien werden, want toen,
en nog eeuwen daarna, werd een stuk door een zegel, in
was of lak afgedrukt, gelijk thans door eene handteekening,
gewaarmerkt. Tegen de wanden van het vertrek waren kasten
geplaatst, om de oorkonden te bewaren. Er was eene groote
en eene kleine kanselarij. De eerste was op eene vaste plaats,
de tweede vergezelde steeds den keizer, die ook altijd den
referendaris en den paltsgraaf in zijne nabijheid had.
Niet tevreden met de berichten, die hij van de zendgra-
ven ontving, bezocht Karei dikwijls verschillende oorden van
zijn rijk om zich te overtuigen, dat de graven, die behalve
met de leiding der rechtspleging, ook met het burgerlijk be-