Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.113
note-, pruime-, moerbei-, hazelnote-, kerse- en kweeboomen,
groenten, zooals boonen, wortelen, uien, kool, koolrapen,
kervel, augurken, radijs, peterselie, knollen, fenkel, koriander
en komijn, en bloemen, zooals rozen en lelien te doen aan-
planten, en eindelijk moesten zij zorg dragen voor devisch-
vijvers, het verzamelen der eikels, die tot voeder voor de
varkens dienden, de diergaarden, die bij voorkeur in moe-
rassige woudstreken werden aangelegd, en de jacht, waartoe het
uitroeien van wolven en het dresseeren van jachthonden be-
hoorde. Voor het boschwezen en de jacht stonden onder den
meier houtvesters, jagers en valkeniers. Tot de ondergeschikte
ambtenaren der hoeven behoorden nog allerlei handwerkslieden.
De koningshoeven, die Karei had aangewezen tot het
onderhoud van zijne hofhouding, moesten, behalve de opge-
noemde vruchten, groenten en vogels, eieren, boter, kaas,
honing, was, versche en gedroogde visch, spek, gerookt en
gezouten vleesch, wijn, ook moerbei- en braambessenwijn,
een uit vischkuit bereiden drank [garum), alsmede bier,
mede, azijn, mosterd en zeep naar het hof zenden. Echter
moest er van alles eene goede hoeveelheid op de koningshoeve
in voorraad blijven, voor het geval, dat de keizer er eenigen
tijd kwam vertoeven. Wat de hofhouding niet noodig had,
werd verkocht, en van het gansche beheer der hoeve een
staat opgemaakt en den keizer gezonden.
Karei bracht de rechtspraak geheel onder zijn invloed.
Wel werden de rechters of schepenen door de vergadering
der vrijen uit de vrijen gekozen, maar zij hadden een door
Karei aangestelden voorzitter: in de gemeenterechtbanken een
centgraaf, en in de gouwgerichten een poMUJgrraa/. Bovendien
stelde Karei zendgraven aan, die ieder vierendeel jaars een
groot district moesten bereizen om toezicht op de rechtspraak
te houden en die zaken af te doen, waarmede de cent- of
gouwgraaf gedraald had, of waarin hij geweigerd had eene
beslissing te laten nemen. Het hoogste gerechtshof was het
hofgericht, waarin de paltsgraaf voorzitter was. De open-
II. 8