Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
zijn vriend Alcuinu^ die gewoonlijk te Tours zijn verblijf hield,
en zich had verontschuldigd de reis mede te maken, schrij-
ven, dat het hem onbegrypelijk voorkwam, hoe iemand de
strooien daken van Tours boven het gulden Eome kon verkiezen.
De kroning van Karei den Grooten tot keizer scheidde
Italië en het gansche Westen voor goed van het Byzantijn-
sche rijk af.
Karel's laatste levensjaren werden, evenals de vorige, door
onophoudelijke oorlogen verontrust. Nu en dan stonden weder
Saksische stammen tegen hem op, tot hij in 804 een groot
aantal der woeligste Saksers, men spreekt van 10,000 ge-
zinnen, naar Alemannië en andere Frankische gewesten liet
verhuizen. Maar nu had Karei de roofzuchtige Noormannen
tot naburen gekregen, die hij moest bestrijden, totdat hij in
811 een verdrag met hen sloot, waarbij de Eider als grens-
rivier werd aangenomen.
Yier jaren vroeger had Karei te Aken een gezantschap van
den chalief van Bagdad, Haroen Arraschid, ontvangen, dat
hem eene menigte kostbare geschenken aanbood, o. a. een
door water gedreven slaguurwerk. Ieder uur werd aangewe-
zen door twaalf ruitertjes, die ieder uit een poortje te voor-
schijn kwamen en door een ander weder verdwenen, en te-
gelijk door kogeltjes, die na elkander in een metalen bekken
vielen en daardoor deden hooren, welk uur het was.
Karei had nu reeds den leeftijd van zeventig jaar bereikt.
Van zijne drie zonen was hem nog alleen Lodewijk, wien
later de bijnaam van den Vromen is gegeven, overgebleven.
Hij riep te Aken, waar hij zich gaarne ophield, een rijksdag
bijeen en verkreeg daar de toestemming, dat Lodewijk als
zijn mederegent en opvolger zou worden erkend. Den daarop
volgenden Zondag woonde Karei met zijn zoon en de rijksgrooten
de godsdienstoefening bij, en toen deze geëindigd was, hield
hij eene treffende aanspraak, waarin hij Lodewijk vermaande.
God te dienen, de kerk te beschermen en goed te regeeren.
Hij eindigde met Lodewijk te bevelen, eene gouden kroon.