Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.109
eed van getrouwheid opzettelijk aan het tegendeel daeht van
hetgeen zijne woorden uitdrukten, in de meening, daardoor
niet aan zijn eed gebonden te eijn. Karei, die Thassïlo was
begonnen te wanÖouwen, riep in 788 een rijksdag te Ingel-
heim, niet ver van Mainz, bijeen van Frankische, Lombar-
dische, Saksische en Beiersche edelen. Ook Thassilo ver-
scheen er, zonder iets kwaads te vermoeden. Maar Karei
klaagde hem aan van hoogverraad, en daarop werd Thassilo,
zelfs door de Beiersche edelen, ter dood veroordeeld. Karei
verzachtte echter het uitgesproken vonnis en zond Thassilo
met vrouw en kinderen naar een klooster. Beieren werd
daarop bij zijn gebied ingelijfd.
Voortdurend had het Frankische rijk te lijden gehad van
de Avaren, een Mongoolsch volk, dat zich sedert het jaar
555 in het tegenwoordige Hongarije had gevestigd. Zij leefden
in dorpen, die door 6 M. hooge en breede wallen omringd
waren, samengesteld uit ingeheide eike- en dennestammen,
tegen welke steenen en leem waren aangebracht. De over-
blijfselen van zulke wallen zijn nog bekend onder den naam
van Avaarsche ringen. Acht jaren lang voerde Karei tegen
de Avaren een verdelgingsoorlog. Hunne dorpen werden ver-
nield, de gansche adel der Avaren kwam om, en de Franken
maakten zulk een grooten buit van de kostbaarheden, die de
Avaren gedurende eenige eeuwen op hunne strooptochten
hadden bijeengebracht, dat daardoor de prijs van vele levens-
behoeften in het Frankische rijk steeg. Van een deel des op
de Avaren veroverden lands vormde Karei, gelijk hij ook
elders gedaan had, eene grensmark, welker bewoners steeds
gereed moesten staan om vijandelijke aanvallen af te weren,
maar daarvoor ook van anderen krijgsdienst ontslagen waren.
Over zulk eene grensmark werd een markgraaf aangesteld,
die meer macht bezat, dan een graaf. De op de Avaren ver-
overde grensmark heeft den naam van Oostenrijksche gekregen.
Tijdens dezen oorlog was de Eoomsche bisschop Adriaan I
gestorven, en de geestelijkheid en het volk hadden in zijne