Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.108
worden. Te Verden aan de Aller versehenen er 4500 voor
Karei, en hij liet hen daar op denzelfden dag allen dooden.
Zijne meening, dat door deze gestrengheid de lust tot nieuwe
opstanden bij de Saksers zou vergaan, bleek weldra ongegrond
te zijn. Toen Karei het gebied der Saksers had verlaten,
keerde Wittekind er terug, en spoedig slaagde hij erin, de
Saksers en de Friezen tegen Karei in opstand te brengen.
Deze trok onmiddellijk met zijne legers Saksen weder binnen.
Bij Detmold had een slag plaats, die onbeslist bleef j
maar kort daarop gelukte het Karei bij Osnabrück het Sak-
sische leger te vernietigen. Nu liet hij met groote wreedheid
het land der Saksers verwoesten, en riep daarop te Pader-
born een rijksdag bijeen (785), waarop o. a. eene wet werd
vastgesteld, die de volgende bepalingen inhield:
//Wie tegen den koring in opstand komt, wordt met den
dood gestraft."
/^Wie onder de Saksers verzuimt zich te laten doopen,
wordt met den dood gestraft."
,/Wie in eene kerk binnendringt om er te rooven of brand
te stichten, wordt met den dood gestraft."
//Wie de heilige veertigdaagsche vasten niet houdt, wordt
met den dood gestraft."
//Wie, door den duivel verleid, op heidensche wijze gelooft,
dat iemand hekst, en hem daarom verbrandt en zijn vleesch
eet of aan anderen te eten geeft, wordt met den dood gestraft."
//Wie een lijk naar heidensch gebruik verbrandt, wordt
met den dood gestraft."
Zelfs Wittekind zag nu in, dat verdere tegenstand onmo-
gelijk was. Hij onderwierp zich am den machtigen Karei en
liet zich te Attigny in Champagne doopen.
Thassïlo, de hertog van Beieren, droeg Karei, dien hij
reeds vroeger als opperheer had moeten erkennen, een kwaad'
hart toe. Meer dan eens had hij zijn plicht, om het Fran-
kische leger met zijne hulptroepen te versterken, verzaakt,
en er wordt zelfs verhaald, dat hij bij het afleggen van zijn