Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.105
dezen alleen trouw verschuldigd was. Karei was over dit
antwoord zoo vertoornd, dat hij bevel gaf Paulus Diacönus
de handen af te houwen, doch weldra herriep hij dit wreed
bevel, zeggende: //Hoe zouden wij een zoo goed geschied-
schrijver terugkrijgen, indien hem de hand, die zoo goed de
pen weet te voeren, werd afgehouwen." Hij schonk Paulus
Diaconus genade en deze bewees aan Karei sedeic gewichtige
diensten.
Terwijl Karei in ItaHe was, had de vrijheidlievende West-
falir Wittskind de Saksers tot eer. nieuwen cpstand aange-
voerd. Karei trok opnieuw hun land binnen. Wittekind
achtte het niet raadzaam een geregelden veldslag tegen de met
ijzeren pantsers bedekte Franken te wagen, maar zocht hunne
legerafdeelingen iu hinderlagen nadeel toe te brengen. Op
eene van Karel's benden behaalde hij eene overwinning, maar
op den duur moest hij het onderspit delven. Drie jaren
duurde de strijd; toen boden de Saksers hunne onderwerping
aan, met uitzondering van Wittekind, die naar Denemarken
uitweek. Karei riep in het jaar 777 de Saksische edelen
tot eene vergadeiing te Paderborn bijeen om de vredesvoor-
waarden vast te stellen. Hij stond den Saksers toe, dat
zij hunne wetten en staatsregeling behielden, maar daarvoor
moesten zij hem als hun opperheer erkennen, schatting
betalen en beloven aan de verspreiding van het Christendom
geene hinderpalen in den weg te leggen, op straffe van het
verlies der vrijheid. Vele Saksers lieten zich bij die ge-
legenheid doopen.
Terwijl Karei zich te Paderborn bevond, ontving hij een
gezantschap van Mohammedanen uit Spanje. Het hoofd
van dat gezantschap was de Emir Ibn al Arab van Saragossa.
Hij was tegen den chalief van Cordöva Abd Errähman I op-
gestaan; deze had hem daarop uit zijn gebied verjaagd, en
nu kwam hij Karel's hulp inroepen. Al was het volgens de
denkbeelden van dien tijd eene onzedelijke handeling als
bondgenoot van ongeloovigen op te treden, toch deed de