Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.104
paard moesten stijgen tot het houden eener jachtpartij. Het
was een gure, regenachtige dag. De hovelingen, die geen
tijd hadden gehad een jachtgewpid aan te trekken, kwamen
's avonds in gezelschap van den keizer met geheel bedorven
kleederen thuis, terwijl zijne kleeding niets had geleden.
//Ziet nu eens," riep Karei spottend uit, //welke Heeding
beter is, de mijne, die ik voor een schelling heb gekocht,
of uwe fi-aaie mantels, voor welke gij een handvol goudstuk-
ken hebt betaald?" De gewone Frankische kleeding, die ook
Karei steeds droeg, bestond in b'^nen kousen, die tot de
heup reikten, laarsjes, die met banden, welke kruiselings
om het been tot nabij de knie werden geslagen, bevestigd
waren, een hemd of lijfrok en eindelijk een witten of blauwen
mantel, die voor en achter tot de voeten, maar aan de zijden
nauwelijks tot de knieën reikte. Het zwaard, dat in het
midden van uitstekende kruisjes was voorzien om den heidenen
des te wisser den dood aan te brengen, hing in eene scheede
aan een draagband, tervtijl in de rechterhand een knoestige
stok van appelboomhout werd gedragen. Behalve de Saksers,
die sinds overoude tijden strooien hoeden gebruikten, liepen
de Germaansche volken tot de X^e eeuw blootshoofds.
Eindelijk was Pavïa gedwongen zich over te geven. Desiderius
moest in een klooster gaan, wair hij zijn laatste levensjaren
als monnik doorbracht, terwijl zijn gebied bij Karel's rijk
werd ingelijfd. De heuogdommen Fi'aul, Spolêto en Bene-
ventum, die zich reeds \/oeger van het Langobardische rijk
hadden afgescheurd, liet Karei bestaan. Ofschoon Karei zelf
onbedreven was in de kunst van lezen en schrijven, stelde
hij toch grooten prijs op geleerden. Paul W%rnfried, als
geschiedschrijver bekend onder den naam Diacönus, was een
vriend van Desiderius en weigerde uit gehechtheid aan zijn
ouden meester in Karel's dienst te treden. Toen hij later
gevangengenomen werd als deelgenoot in een opstand tegen
Karei, en deze hem zijn gedrag verweet, antwoordde hij,
dat in zijn oog Desiderius steeds zijn koning bleef, en hij