Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.102
des rijks aan Karei, wien men den bijnaam van Grooten
heeft toegekend. Terstond na zijn optreden als koning stonden
de Aquitaniërs tegen Karei op, die hen spoedig onderwierp
en hun land in gouwen verdeelde, over ieder van welke hij
een graaf aanstelde om er als zijn ambtenaar te besturen.
Op deze wijze handelde Karei bij alle volken, die hij later
onderwierp, en daardoor maakte hij het hun moeilijk tegen
hem op te staan.
Karei was in geene goede verstandhouding met zijn broeder
Karloman, na wiens dood diens gebied met toestemming
der Franken bij het zijne werd ingelijfd, zonder dat men
acht sloeg op de rechten van Karloman's jeugdige zonen.
Hierna was Karei genoodzaakt tegen de Saksers op te trekken,
die niet dan met onwil het Frankische juk forschten. De
Saksers waren verdeeld in de Westfalen, de Engeren, aan
de beide oevers van de Wezer, en de ten Oosten van dezen
wonende Oostfalen. Zij hadden het geloof aan de oude
Germaansche goden in stand gehouden en leefden nog steeds in
markgenootschappen. Hun afkeer van versterkte steden was
onveranderd gebleven, alleen hadden zij eenige aan de grenzen
gelegen plaatsen, die daarvoor geschikt waren, tot vestingen
ingericht. Hiertoe kunnen de walburgen gerekend worden,
waarvan men de overblijfselen nog hier en daar in Westfalen
aantreft. Voor den aanleg van zulk een walburg werd de
platte kruin van een heuvel, waar deze niet steil aflieiJ, met
een aarden wal omgeven en vóór dezen eene gracht gegraven.
Gelijk vroeger sloten zich nog dikwijls strijdlustigen bij elkan-
der aan om onder een gekozen opperhoofd strooptochten te
doen, en daarvan hadden de Franken niet zelden te lijden.
Karei de Groote besloot nu de Saksers te onderwerpen en
hen tevens met het zwaard tot het Christendom te bekeeren,
hetgeen door hem en de geestelijkheid als een Gode welge-
vallig werk werd beschouwd. In de lente van het jaar 772
riep Karei de aanzienlijke Franken op een rijksdag te Worms
bijeen. Hij stelde hun voor, een veldtocht tegen de Saksers