Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.100
sehe meeningen betrapte, dien klaagde hij te Rome aan, zoo
o. a. den priester Virgilius, een Ier, die had durven beweren,
dat de aarde een bol is. Bisschop Zacharias antwoordde
Bonifacius, dat indien Virgilius zijne verkeerde en gevaarlijke
meening bleef volhouden, deze van zijne priesterlijke sieraden
beroofd, en uit de kerk gebannen moest worden.
Pepijn, die wegens zijne ineengedrongen gestalte de Korte
wordt genoemd, wist zijn gezag meer en meer te doen toe-
nemen. Een monnik van St. Gallen verhaalt, dat Pepijn eens
bij gelegenheid van een feest een leeuw met een stier liet
vechten. De leeuw sprong op den stier toe en greep hem in
den nek. Plotseling vraagde Pepijn aan de edelen, die hem
omringden, wie hunner den stier van zijn vijand durfde gaan
verlossen, en toen het bleek, dat niemand er den moed toe had,
begaf Pepijn zich in 't strijdperk, trok zijn zwaard en hieuw
met zulk eene kracht naar den nek van den leeuw, dat hij met
één slag niet alleen diens kop, maar tegelijk dien van den
stier van den romp scheidde. Van toen af zouden, volgens den
berichtgever, allen met eerbied tegen Pepijn hebben opgezien.
Pepijn meende eindelijk, dat de tijd was aangebroken om
zich op den koningstroon te plaatsen. Daar echter de Fran-
ken wegens de waarde, die zij aan het geboorterecht hecht-
ten, de Merovingers, ondanks hunne onbeduidendheid, als de
eenigen erkenden, die gerechtigd waren de kroon te dragen,
bedacht Pepijn het volgende middel om aan zijne daad een
schijn van wettigheid te geven. De meerderheid der Franken
was langzamerhand den bisschop van Rome als het hoofd
der kerk gaan beschouwen, en nu deed Pepijn op eene ver-
gadering der rijksgrooten het voorstel, den bisschop van
Rome te laten beslissen, wie met de koninklijke waardig-
heid bekleed behoorde te zijn, namelijk hij, die den konings-
titel door geboorterecht droeg, of hij, die het werk eens
konings verrichtte. De aanzienlijken keurden het voorstel
goed, en nu gaf bisschop Zacharias het antwoord, dat Pepijn
verlangde. Deze plaatste Childerik III weder in een klooster