Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
halfwilde vee, dat zij opvingen, bouwden eene hoeve, een
molen, eene smidse, een oven en werkplaatsen voor de ver-
vaardiging van kleederen. Overeenkomstig de regels hunner
orde besteedden zij dagelijks twee uren aan het lezen en
zeven uren aan den handenarbeid. Door hun verstandigen en
volhardenden arbeid konden zij meer voortbrengen, en door
hun sober leven behoefden zij minder te verteren dan de
leek, die daarom niet in zijn onderhoud kon voorzien op
de plaats, waar zij langzamerhand tot welvaart geraakten.
Toen namen zij ongelukkige zwervelingen tot zich, die zij
voedden en aan den arbeid zett'en, en zoo ontstond om hun
heiligdom een dorp, waarin de werklust herleefde, omdat men
er de vruchten van zijn arbeid kon plukken.
De Frankische koningen, die het nut van door muren en
torens versterkte steden inzagen, bevorderden het herbouwen
van de Romeinsche steden, die bij de invallen der Germa-
nen verwoest en ontvolkt waren geworden. De nieuwe be-
volking, die er zich vestigde, was uitsluitend of grootendeels
Germaansch, en bracht er de Germaansche zeden en gewoon-
ten mede. De vrije grondbezitters bewoonden een hof of
hoeve. Die des konings droeg den naam van koningshof,
die eens bisschops dien van domhof, de overige dien van
heerenhoven. De hoeve was door eene gracht en een wal
omgeven. Binnen die omtuinde ruimte stonden verscheidene
grootere en kleinere gebouwen. Het voornaamste was de zaal,
die tot woning voor den heer, zijne vrouw en zqne kinderen
diende. Ofschoon kerken reeds van steen werden opgetrok-
ken, waren alle gebouwen eener hoeve van hout; meestal
waren de hooge schuine daken met dakspanen, maar soms
ook met platte pannen gedekt. Het dak stak ver buiten den
voorwand der woning uit en werd daar door houten zuilen
gedragen, zoodat het een overdekten gang vormde. De
binnenruimte der woning maakte een enkel groot vertrek uit,
waar het huisgezin woonde, sliep en gasten ontving, die niet
zelden door de huisvrouw, en in koningshoven door de konin-