Boekgegevens
Titel: Roosje vlijtig, of Tweede leeslesjes, met een prentje bij ieder lesje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Groningen: R.J. Schierbeek, 1834
8e dr; Oorspr. uitg.: 1818
Opmerking: Vervolg op: Jan en zijn zusje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4526
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203493
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Roosje vlijtig, of Tweede leeslesjes, met een prentje bij ieder lesje
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLEIDING,
Jie de OnJenvijzsr aan de Kindertjes yertelUv. moet.
Wie weet mö te zeggen, hoe het lieve meisje heet, dat
daar (op het titelblad) onder die boomijss ztt te lezen?
Weet niemand !ier. Zij heet Roosje Vlijtig*
Vlijtig? Vlijtig? Waarom zou zu zoo genoemd zgn?
Om dat z\\ zoo leerde.
Toen zq hoorde, hoe het de kleine gegaan vva^*,
zeide zij in zich zelve: ik ml niet minder wezen dan liefje.
Van dien lyd af zat zö gedmig, met dit l)oekjc in de
haitd, onder de beide boomtjes, die gü daar ziet. En,
terwijl ZQ daar zat, groeiden de boomtakjes, boven haar
hoofdje, in elkander, tot een kroontje.
Was dat niet aardig ?
Die veel aan Roosje denken ,
Zal meester een kroontje schenken;
Een kroontje van rozen, en pa Hem, en lint,
En schrijven daar boyen ? het vlijtige kind.
ZAAMGESTELDE MOEDERKLANKEN,
voorkomende in de Leeslesjes, no. i—7.
h br braa g gr groo s si slee
k kr krq k kl klaa t tje tjes
V vr vraa kl klei s St str stree
f fr fré V vl vlg s sp spe
ap
appe
appel
appels
be
bel
belt
ki
kin
kind
mee
mees
meest
woo
woon
woont
zu
zul
zult
ze
zeg
zegt
li
ligt
wa
war
warm
va
vide
vader
vaders
ril