Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 85 — .
gemakkelijk vervaardigd of zamengcsteld kunnen worden.
Daarbij kan men gereedseliappen gebruiken, waarvan wij ons
dagelijks bedienen, of die wij ons toch zonder moeite kunnen
verschaffen; als hefboom kan een stok of eene liniaal, als
hellend vlak eene schuins gehoudene tafel, als Heronsflesch
een apothekersfleschje dienen; bovendien zullen wel gewone
drinkglazen, potten en pannen, zooals bij het koken ge-
bruikt worden, in het algemeen gereedschappen, die iedereen
bij de hand heeft, toereikend zijn tot het doen der voor-
naamste 'proeven. Hoe minder men derhalve hierbij in ver-
legenheid kan geraken, hoe veelvuldiger zich hetzelfde werk-
tuig met geringe veranderingen laat gebruiken, en hoe nutti-
ger het voor de kinderen is, als de toestellen hun niet als
eens en voor altijd in gereedheid vertoond worden, maar
onder hunne oogen ontstaan en worden zamengesteld; ja, hoe
meer bij eene voorbereidende zamehsfelling der gereedschap-
pen voor het nomen van proeven te leeren is: des te minder
kan van de school gevorderd worden, dat zij zich datgene
aanschaffe, wat de onderwijzer reeds bezit, en slechts naar
zijne bijzondere bedoelingen telkens voor het onderwijs be-
hoeft in orde te maken. „ Wil men," om Becqüerel's
treffende woorden tot de onze te maken, „ wil men de phy-
sica op de beoefening der natuurverschijnselen toepassen,
dan wordt de natuur een laboratorium, en tot werktuin-en
' O
heeft men de menigvuldige voorwerpen, die in groote me-
nigte op de oppervlakte dor aarde verspreid zijn. Terwijl
men op deze wijze de middelen van het onderzoek vereen-
voudigt, maakt men zich de beoefening der natuurkunde ge-
makkelijk , men spaart tijd, en verlengt daardoor het leven.
Dit is nog niet alles; wil men zich aan de beoefening der
algemeene natuurkunde overgeven, zoo moet men zich vroeg
er aan gewennen, met den hamer, den beitel, de zaag, de
vijl en de schaaf te kunnen omgaan; men moet in zekere
mate vertrouwd zijn met de handwerken, en begrippen heb-
ben van de wetenschappen, die met de natuurkunde in een
meer of minder onmiddellijk verband staan. Wij willen an-
dermaal Galilei als voorbeeld aanhalen, die zich reeds in
zijne vroegste jeugd door een instinktmatig gevoel aan han-