Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 82 — .
Blijft daaromtrent geen twijfel meer bestaan, dat de ken-
nis der eenvoudigste wetten het doel van den eersten cursus
zijn moet, met de hypothesen daarentegen is het geheel an-
ders gesteld. "Wel is .het stellen eener hypothese eene be-
hoefte voor den wetenschappelijken geest, die verder na-
vorscht, en zich meer en meer verdiept; doch de behoefte van
hem, die zich niet als geleerde met deze zaken bezig houdt,
strekt zich lang zoo ver niet uit; hij vergenoegt zich er
mede, de oorzaak van een verschijnsel te kunnen aanwijzen
en noemen. Maar over den aard der oorspronkelijke kracht
met inspanning na te denken, uit haar wezen hare wijze van
werking en hare wetten af te leiden, ligt buiten den kring
der opleiding van het volk. Daarbij komt nog, dat de meeste
hypothesen, misschien de undulatie-theorie voor de verschijn-
selen van het licht uitgezonderd, nog zeer aan twijfel onder-
hevig zijn; de wet rust nog op den stelligen grond der
ervaring, ,de wet is nog het zekere, doch de hypothese is het
onzekere. „ De theoriën," zegt Becquebel , „ dienen wel is
waar daartoe, om de daadzaken te groeperen, om de beoe-
fening er van gemakkelijker te maken, en de wederkeerige
betrekkingen daartusschen op te sporen; doch men mag haar
slechts in zooverre gewigt toekennen, als zij tot nieuwe ont-
dekkingen kunnen leiden. De theoriën, die in de handen van
hen, welke ze trachten toe te passen, onvruchtbaar en tot ver-
klaring van nieuwe daadzaken ontoereikend zijn, moeten door
andere vervangen worden, die meer met de behoeften der
wetenschap overeenkomen. Overigens is eene schoone reeks
van daadzaken, die behoorlijk met elkander verbonden zijn,
van oneindig veel meer gewigt, dan eene slechte theorie;
want do ervaring heeft sedert lang bewezen, dat in het al-
gemeen de theoriën verdwijnen en de daadzaken blijven."
Voorts is de kennis van de hypothesen zonder wezentlijk voor-
deel voor het leven. Zoo wordt, om een bepaald geval te
nemen, door zamenpersing van lucht in eene van alle kanten
geslotene ruimte warmte opgewekt; maar voor de belangen
van het leven is het volkomen onverschillig, of ik mij voor-
stel, dat do warmtestof, die in de lucht bevat is, door de
zamenpersing van deze in eene kleinere ruimte wordt gecon-