Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— SI —
gen zelf moeten nagaan, op hetgeen ze gemeen en versehil-
iend iiebhen acht geven, ze moeten groeperen en zamenstel-
len; op deze -vvijze zal er orde in zijn hoofd komen, en deze
orde worde dan bekroond door de uitdrukking dor aldus
verkregene wet. Tot vergelijking halen wij de aanwijzingen
van twee Engelsche natuurkundigen aan(l): „Door waar-
neming de eigenschappen der ligchamen te bepalen, is de
eerste schrede tot het verkrijgen van kennis der natuur.
Daarom wordt de mensch natuuronderzoeker op het oogen-
blik, 'dat hij begint te gevoelen en waar te nomen. De eerste
trap van het leven is een toestand van altijddurende weet-
gierige spanning. Waarneming en opmerkzaamheid worden
steeds wakker gehouden cn door eene reeks van nieuwe en
wonderbare voorwerpen aangetrokken. De wijde ruimte van
het geheugen wordt geopend, en ieder uur brengt daarin
een grenzenloozen voorraad van natuurgebeurtenissen eu ver-
.sehijnselen, de rijke stof voor toekomstige kennis. , Het sterk
verlangen naar ontdekking, met de wijsste bedoelingen in
or.ze ziel aeèrgelegd, en voortdurend opgewekt door datgene,
wat nieuw is, laat elk ander geestvermogen sluimeren, en
het vermogen om na te denken en te vergelijken verliest
zich in de onophoudelijke werkzaamheid cn onuitputtelijke
kracht der waarneming. Na verloop van een zekeren tijd
houden echter de gewone verschijnselen op, hem door hare
nieuwhci-d op te wekken. Van de ontdekking van het nieuwe
wordt de opmerkzaamheid afgetrokken tot onderzoek van liet
meer gemeenzame. Van de buitenwereld keert de geest tot
zich zelf terug, cn de koortsachtige verwondering der kiudseh-
lieid maakt plaats voor de rustiger beschouwing van eenea
leeftijd, die reeds rijper begint te worden. Do uitgebreide
en veelsoortige massa van verschijnselen, door do voorgaande
crvai'ing verzameld, wordt aan een onderzoek onderworpen.
Het groote werk van de vergelijking begint. Het geheugen
opent zijnen voorraad, en het verstand rangschikt dezen.
Dan volgen die eerste pogingen tot het generaliseren, welke
■de morgenschemering der wetenschap in den geest aanduiden."
KATaa and Labijeb, Meclianic«, 2.