Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 79 — .
hoogere werkzaamheid van den geest, doch daarentegen des
te meer eene uitwendig praktische werkzaamheid verlangd
wordt, zoo kunnen wij met de algemeene elementaire oefe-
ning daarin (dat is die, welke aan alle beroepssoorten van
dezen trap van vorming, als elementair, gemeen is) naauwe-
lijks vroeg genoeg beginnen; zooveel te meer, daar deze zelf-
wcrkzaamlieid, zoo als haar aard het medebrengt, vroeger
dan de hoogere werkzaamheid van den geest kan ontwikkeld
worden (1).".
Naast de verschijnselen heeft de natuurkunde met wetten
en krachten te doen. Het kan ook wel als uitgemaakt aan-
genomen worden, dat het onmogelijk is, de verschijnselen afge-
scheiden van wet en kracht te behandelen. De door Heussi
genomene proef, om in den eersten cursus de verschijnselen,
in eenen tweeden de wetten, en in een' derden de natuur-
krachten te bespreken, kon niet streng volgehouden worden.
Het is juist geen bewijs van paedagogischen takt, wanneer
men het kind, dat naar het hoe en het waarom vraagt, zijne
vraag als voorbarig voorhoudt, en het antwoord jaren lang
voor zich houdt, totdat het dit of zelf gevonden, of de belang-
stelling daarin sedert lang verloren heeft; en het beweren,
dat eerst op het wat het hoe, en dan eerst het waarom kon
volgen, zoodat men zich met elk van deze eenen tijd lang
uitsluitend moest bezig houden, is zeer juist tegengesproken
geworden, daar men bij het bespreken van de wetten toch
weêr tot de verschijnselen moet terugkeeren, en drie zulke
verschillende cursussen te maken ziet er wel niet anders uit,
dan als wilde iemand, die bij den maaltijd gewoon is drieërlei
spijs te nuttigen, een jaar lang alleen van de eerste, het
volgend jaar alleen van de tweede, en het derde jaar alleen
van de derde spijs gebruiken.
De naauwkeurige beschouwing van een natuurverschijnsel
geleidt onwillekeurig en met inwendige noodzakelijkheid tot
de wet. „ In de natuur grenst het zich onledig houden met
de bijzondere verschijnselen wondervol aan het leeren kennen
der hoogste wetten; elk voorwerp is van groot gewigt voor de ge-
(1) F. G. Bekeke, Eriiehunss- und Unterrichtslclire, 8" Bd., 1836, p. 312.