Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 78 — .
Van een dergelijk standpunt, als wij hier voor de natuur-
kunde verlangen, oonleelt een groot theoretisch paedagoog;
„ Regtstreeks che zinnelijke waarnemingen tot grondslag te bezi-
gen , is zonder twijfel de meest volkomene methode van alle. Wij
hebben hier, zonder dat er iets tusschen beide ligt, de zaak
zelve, en de daardoor verkregene voorstellingen zijn zoo
frisch, zoo indrukwekkend, zoo krachtig, als mogelijk is, en
zullen daardoor ook betrekkelijk meer volkomen stand hou-
den." — „ De leerling der burgerschool moet zich vele af-
zonderlijke aanschouwingen vormen van natuur - en kunst-
voortbrengselen, en wel in veelvuldige herhaling, opdat hij
het aanschouwde werkelijk geheel begrijpe en zich inprente,
en niet alleen vlugtig langs zich heen late glijden. Daarbij
moet hij zooveel mogelijk zelf werkzaam worden; zelf aan-
vatten, ontleden, beproeven, proeven nemen, verbeteringen
van het gebrekkige trachten aan te brengen. Terwijl van
hem minder dan van den leerling van het gymnasium eene
Heer Seyhour reeds vroeger aan zijnen zoon » Marcet's onderrigtende ge-
sprekken over natuurkunde" ten geschenke heeft gegeven, en vordert, dat
Tom over de algemeene beginselen, die in dat boek zoo schoon (?) uiteen-
gezet lijn, behoorlijk nagedacht hebbe. Daarentegen is het eene handelwijze,
die, in zoo verre de omstandigheden het toelaten, navolging verdient, dat
de Heer Seymour de zijnen aan den put van het dorp brengt, en hen uit
den valtijd van een daarin geworpen steen de diepte van den put laat bere-
kenen (p. 33); wanneer hij de kinderen hunnen papieren vlieger laat halen,
en hen helpt om het zwaartepunt er van te vinden (p. 71); wanneer twee
der kinderen met touwen een houten blok op eene tafel in verschillende
rigtingcn moeten trekken, en het aldus als levende krachten dwingen de
rigting der diagonaal te volgen (p. 191). Evenzoo wordt de door een
schommel verschafte gelegenheid tot bespreking van de wetten van den slin-
ger, de windbuks tot beschouwing van den druk van zamengeperste lucht
gebruikt, en zoo verder steeds alles met voorwerpen verbonden, die in
huis, in het spel en in het gezellige leven voorkomen. In dit opzigt kan
de behandeling voor den eersten cursus van natuurkunde als voorbeeld gel-
den. In eene nieuwe gedaante heet deze oorspronkelijk in hel Engelsch
geschrevene Kindervriend: » Die Elemente der Naturlehre, durch die gewöhn-
lichen Spiele der Jugend gelehrt, von G, Kieszlinü, 2 Bde. — De prijs is
echter slechts op Thlr. verminderd; het gering aantal houtsneê-figuren
is noch leerrijk, noch netjes, en de geheele uitvoering laat veel tc wen*
sehen over.