Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 76 — .
deren, dan Erdmann(1) het gedaan heeft. „Als wij acht
geven op de etymologie van het woord experimenteren^ dan
beteekent het op ervaring uitgaan, of expres en met bewust-
zijn datgene doen, wat het verstand bij de ervaring op arge-
looze en onbewuste wijze deed. Bezien wij nu meer van
nabij, hoe het verstand bij het experimenteren te werk gaat,
dan bevinden wij, dat zijn handelen slechts daarheen gerigt
is, dat het individuëele geheel wordt ter zijde gesteld. De
proefneming namelijk, terAvijl zij tracht de wet uit te druk-
ken , tracht de zuivere voorwaarden der wet voort te brengen.
"Waren de bijzondere gevallen niets anders dan voorbeelden
van eene wet, zoo zouden die zuivere voorAvaarden van zelf
gegeven zijn; maar daar elk bijzonder geval, behalve dat het
een voorbeeld van eene bepaalde wet is, nog veel meer is,
zoo moet daarvan datgene, wat het nog meer is, weggeno-
men worden. Indien men daarom de proefneming eene vraag
aan de natuur genoemd heeft, zoo is het eene dringende vraag,
die tot een antwoord dwingt. Wordt werkelijk al datgene
verwijderd, dat bij de wet, die men beschouwt, als toevallig
kan aangemerkt worden, dan zijn de zuivere voorwaarden
van het verschijnsel gegeven, en de proef is gelukt (2). Doet
zich tevens iets anders gelden, dan mislukt zij. Ieder lig-
(1) Dr. J. E. Erdmann , Vorlesungen über Glauben und Missen, Berlin^
1837, p. 163.
(2) 0 Het is bet eigenaardige van de natuur, dat zij juist zoo antwoordt,
als de voor dom doorgaande jongens in de katecbisatie, d. i. zij antwoordt
altijd juist op de vraag, en bet antwoord is alleen dan schijnbaar onjuist,
als de vraag verkeerd gesteld was." — » Brengen wij dc natuur in dien
toestand, dat zij slechts ja of neen kan antwoorden, dan zullen wij datgene
vernemen, wat wij verlangen; ander» echter antwoordt zij zoo, dat zij dc
vraag in een anderen zin opneemt, en dan zeggen wij, dat de proef mislukt
is. Wanneer in het aangehaalde voorbeeld de ruimte, waarin de ligchamen
vallen, niet geheel luchtledig is, dan antwoordt de natuur evenzoo, alsof
wij ook van haar hadden willen weten, hoe de ligchamen door de lucht
gedragen worden. Even als in de bekende geschiedenis van den onderwij-
zer, die, om een jongen op eene scherpzinnige wijze het begrip van den
diefstal duidelijk tc maken, hem de Traag voorhield: » Als gij een ander bei-
melijk een appel afneemt, wat doet gij danP" en lot antwoord kreeg: » üan
cel ik hem op/' zeer goed geantwoord werd, waardoor juist zijne proef
mislukte."