Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 74 — .
zonden wij niet, even goed als zg, oogen, ooren en neus ge-
bruiken ; waarom door andere onderwijzers , dan deze, onze
zinnen, de werken der natuur leeren kennen? Waarom, zeg
ik, zullen wij niet, in plaats van doode boeken, het levende
boek der natuur openslaan, waarin veel meer bevat is, dan
iemand hoegenaamd ons ooit kan leeren? En deze aanschou-
wing brengt tevens meer vreugde aan, en draagt meer vruch-
ten." Niet door het katechetisch inbrengen van eigene ken-
nis, niet door het aanhalen van welke autoriteit ook, of
zelfs op hooren zeggen, moet de opleiding van het opko-
mende geslacht gegrond worden; zulk eene opleiding is zon-
der fundamenten, zij verdient eene van buiten aangebragte
genoemd te worden, en de leerling is blijde, als hij zich,
hoe eerder hoe liever, er van kan ontdoen. Men moet ech-
ter in overweging nemen, dat zonder eene zoo veelzijdig mo-
gelijke opleiding en scherping der zinnen, de vorming van
alle andere zielskrachten eene eenzijdige, verlamde en krach-
telooze blijven moet. Wordt het gebouw der opleiding op
wankelende grondslagen opgetrokken, wordt aan hetzelve door
eenen paedagogischen misslag zijn breedste grondslag, de door
de natuur zelve aangewezene grondslag, de werkzaamheid der
zinnen, ontnomen, en daar om heen gebouwd; dan kan mis-
schien het gebouw met dit geleende materiaal, even als een
scheef staande toren, eenen korten tijd overeind blijven; maar
de eerste storm van het leven zal er sterk aan schudden, en
de tweede zal het omverwerpen. De werkzaamheid van den
geest wordt eerst levendig, zoo zij gegrond is op een rijken
schat van zinnelijke waarnemingen, en alleen de eigene op-
merkzaamheid op de natuur zelve zal den leerling tot zelf-
werkzame erkenning derzelve leiden. Wat zij zien willen, is
ook niet meer een ligchaam der natuur, niet meer een voor-
werp, dat hun in stille rust voor de oogen staat; het is eer-
der eene verrigting, die er mede plaats heeft, eene uiting van
het leven, welks polsslagen de geheele natuur doen trillen,
een voorval, welks oorzaken in het ligchamelijke de plaatsen
van hare werking hebben. Hoe moeijelijker de volledige waar-
neming en opvatting van eene gebeurtenis is, des te meer is
zij tot vorming geschikt, en des te grooter is de formele