Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
liij slechts naar do markt behoeven te zenden, zoo hij zelf
de proef ^Yildc nemen, daar de sidderrog daar dagelijks te
koop werd aangeboden, en eene zeer gewone spijs voor de
arme lieden uitmaakte. Bij dezen afkeer der ouden van alle
proefondervindelijk indringen in de natuur, kan het ons niet
verwonderen, zoo hunne natuur - philosophie niet zelden in
tegenspraak is met hetgeen de ervaring leert. Immers Plato,
die groote wijsgeer, bewees, terwijl hij van onhoudbare be-
ginsels uitging, dat de aarde geene andere gedaante dan die
van een dobbelsteen kon hebben. Daarom kan het oordeel
van den grooten engelschen scheikundige Davy over de
Grieken (in zijne inleiding in de beginselen der scheikundige
philosophie) als zeer juist beschouwd worden. „Zij hadden,"
zegt hij, „ als 't ware uit instinkt, een zin voor al het
schoone, groote en schitterende; hunne wijsgeeren dwaalden,
niet uit gebrek aan genie, zelfs niet uit gebi*ek aan toepas-
sing , maar alleen daarom, omdat zij eenen verkeerden weg
insloegen, daar zij ten opzigte van de natuur meer oordeel-
den volgens een ingebeeld stelsel, dan naar een geheel, dat
door het gezigt en het gevoel kan begrepen worden." Eerst
sedert Gai.ilei bestaat er een onderzoek der natuur, dat op
ervaring berust, en welke vorderingen de natuurkunde ook
sedert dien tijd gemaakt hebbe, zij heeft ze alle door waar-
nemingen en proefnemingen gemaakt. Terwijl het zuivere
denken zich als vruchteloos en nutteloos betoond had voor
de kennis der ons omringende zaken, leerde men nu zijne
zinnen gebruiken en scherpen, en ze als boden in de buiten-
wereld uitzenden, opdat zij zouden waarnemen, en don den-
kenden geest berigt brengen nopens datgene, wat zij aan-
schouwd hadden. „ Deze gang van den menschelijken geest
in de beoefening der wetenschappen," zegt Becquerel (1),
dien Galilei en zijne leerlingen als bij instinkt insloegen,
en die door Baco zoo treffend voorgeschreven werd, is als
een vaste regel geworden, waarvan men zich niet verwijderen
(1) M. liECQV'EREl, Populäre Naturlchre mit bosondeier Uiicksiclil auf die
Chemie und die verwandten M issenschaflen, 9 Theile, Stuttgart, 1815,
Th. 1, p. 4.