Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 67 — .
zal mei7 de galvanoplastiek knnnen voorbijgaan; want in de
grootere steden vindt men toch galvanoplastische instituten j
en de werklieden, die met den tijd zijn medegegaan, vergul-
den, vertinnen en verzilveren toch reeds door galvanismCk
Men zal het dus wel niet kunnen nalaten, eene eenvoudige
galvanische kolom, de magnetische werking van den stroom,
den electrischen telegraaf en de galvanoplastiek reeds op den
laagsten trap van het natuurkundig onderwijs te behandelen ^
vooral als deze laagste trap tevens de laatste is.
Nemen wij nu de leerstof bijeen, in zoover deze voor dé
volksschool geschikt en noodig bevonden is, dan hebben wij
het volgende overzigt daarvan. Daarin is datgene op den
voorgrond geplaatst, dat, als hoofdzaak, terstond als midden-
punt moet beschouwd worden, en om hetwelk zich de andere
onderdeelen van dezelfde wetenschap scharen moeten. Slechts
het voornaamste is aangeduid, en de latere voorstelling en
eigen ondervinding zal toonen, dat eene grondige behandeling
daarvan meer vordert en omvat, dan op het eerste gezigt
wel schijnen zoude. Of eene gewone lagere school meer
leerstof werkelijk zoude kunnen voor hare rekening nemen
en verwerken, daaraan is met alle regt te twijfelen, en men
moet ook op ons gebied gehoor schenken aan de waarschu-
wende woorden van DiLTHEr(l), die voornamelijk betrekking
hebben op de plantenkunde: „ Denken wij ons die honderd
duizend planten, die tot nog toe in het herbarium der bota-
nische wetenschap gebragt zijn, alle in de rij en het gelid
van het systeem geplaatst, elke met haren wetenschappelijken
naam aangeduid en volgens hare wetenschappelijke kentee-
kens gekarakteriseerd; geleiden wij, tred voor tred, den
leerling door de onoverzienbare zee van namen en kentee-
kens; dan zal hij weldra vermoeid worden ojd een' weg, aan
welks einde de jaren der jeugd niet voldoende zijn om tc
(1) Dilthey, Ueber daa Studium der Naturwissenschaften in Gymnasien.
In Fuiedeham's Par'anesen. Braunschweig, 1841, Bd. 6, p. 280.