Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
63 —
zich Brandes in zijne „ Vorlcsungen über die Naturlehre,
Lcipzig 1844" zeer bepaald verklaard. Hij geeft in beden-
king, dat vooreerst bij een zoo ontzaggelijk grooten geleider,
als eene electrische wolk is, eene ontlading uit de verte door
eene metalen punt naauwelijk kan gedacht worden, en dat
voorts de luchtelectriciteit zich veel te snel ontwikkelt voor
eene zoo langzame afleiding. Maar zelfs wanneer men de
werking der afleiders daaruit verklaart, dat „ de electrici-
teit, die in rijke mate door de spits uitstroomt, door de
onweèrswolk wordt aangetrokken, en daar aangekomen, een
gedeelte der oorspronkelijke electriciteit dezer wolk neutrali-
seert ( Müller - PoDiLLET, Deel H, p. 650); dan nog heeft
men deze kunstige proeven even weinig noodig, als zoo vele
andere, waarmede de leer der electriciteit overladen is.
Voor het dagelijksche leven zoude de wrijvings - electrici-
teit geheel zonder gewigt zijn, zoo niet het onweder een
verschijnsel ware, dat tot haar behoort. Daarom behoort in
de volksschool slechts zooveel van de gewone electriciteit,
als tot de verklaring van het onweder noodig is. Wel is
waar behandelen Dieckmann en Melos dit gedeelte uit dat
gezigtspunt; maar wanneer, in weerwil hiervan, Melos (p. 241)
vooraf uitvoerige vermelding maakt van het isoleerbankje;
wanneer hij de theorie der glas - en hars - electriciteit, -f- E
en — E, niet verzwijgen kan, en den electrophoor met de
versterkingsflesch beschrijft, ja hierbij zelfs een hoofdstuk
over de electrische visschen voegt, dat meer tot de natuur-
lijke historie behoort; dan wordt hij zelf ongetrouw aan het
door hem op den voorgrond gestelde beginsel. Tot eene
populaire verklaring van het onweêr is volkomen voldoende
de eenvoudige proef, dat men eene niet te korte glaaen staaf
wrijft en uit haar vonken trekt, om aan te toonen, hoe de
electriciteit, onverschillig waar zij verzameld is, een streven
heeft, op eenen niet electrischen geleider over te springen,
benevens de vermelding, dat men grootere electrische toestel-
len gemaakt heeft, wier vonken brandbare ligchamen deden
vuur vatten, metalen deden smelten en kleine dieren dood-
den. Daarna kan, zonder al die geleerdheid over positieve
cn negatieve electriciteit, de onweerswolk als een geleider