Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 62 — .
als dit aan den conductor verbonden wordt (1); hoe een
vlierpitbolletje aan een zijden draad door den conductor eerst
aangetrokken, en dan weer afgestooten wordt; hoe het tus-
schen dezen en een nabij zijnd niet electrisch ligchaam als
electrische bal heen en weêrgeworpen wordt, en hoe zelfs
eene electrische spin ontstaat, als men aan het balletje kleine
draden vastmaakt, die de pooten der spin voorstellen. Daar-
op volgt dan de electrische kogeldans, de electrische goudre-
gen of zandwervelwind, de electrische poppendans, en het
electrische klokkenspel. En dat zijn nog niet eens alle proe-
ven , die gewoonhjk bij het bespreken van dit onderwerp,
niet gedaan, maar beschreven worden. Wel luisteren de
leerlingen met open mond naar deze zaken, die half door
hen begrepen worden, en half hun wonderbaarlijk blijven;
wel is het zekerlijk onderhoudend, als die proeven inderdaad
gedaan worden; want het zijn juist die proeven, die wij groo-
tendeels te danken hebben aan den abt Nollet , een der
uitstekendste proefnemers van de vorige eeuw, en die toen
in staat waren de belangstelling van alle beschaafde men-
schen voor de leer der electriciteit gaande te maken (2).
Eene andere vraag is het echter: Hebben wij deze proeven
noodig bij het volksonderwijs? Omtrent het antwoord hierop
kan naauwelijks twijfel bestaan, vooral daar die proeven
geene de minste praktische waarde hebben.
Evenzoo zijn de proeven, welke het uitstroomen van elec-
triciteit uit spitse punten moeten bewijzen; hoe door eene
aan den conductor geschroefde punt eene vlam wordt op
zijde geblazen; hoe het ligt bewegelijke rad van den electri-
schen molen wordt in beweging gebragt, en de electrische
sikkel begint te draaijen; slechts van waarde, in het geval
dat men de werking van den bliksemafleider als een inzui-
gen der electrische stof door de van boven met eene punt
voorziene metalen staaf verklaart. Tegen deze meening heeft
(1) Vergelijk bijv. LauiesculUgek , Figurentardn lur Fliysik, Darm-
stadt, 1842. Heft VI, fig. 95.
(2) Verg. SsiFFER, Geschichtliche Darstellung des Galvanismiis, Stiilt-
gart, 1848, Inleiding.