Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
' t
5G
gegronde werktuigen, 4) de kleuren en de liehtmeteoren,
5) de polarisatie, buiging en interferentie van het licht, en
eindelijk 6) de emanatie- en undulatie - theorie.
Om met de laatste te beginnen, zoo zijn toch de door
Malus voor het eerst waargenomene polarisatie, de door
Young ontdekte interferentie, en evenzoo de buiging en dub-
bele straalbreking, anomaliën of afwijkingen van de hoofd-
wetten, volgens welke de verschijnselen van het licht plaats
hebben. Voor de wetenschap zijn zij van gewigt, omdat zij
een stelligen grond voor de undulatie - theorie uitmaken. Doch
dit belang kunnen zij voor scholen niet hebben, waarin van
undulatie - theorie geen spraak kan zijn; bovendien is het aan-
toonen van deze verschijnselen zeer moeijelijk en vordert
kostbare toestellen. In het volksonderwijs behoort dus van
deze punten geene melding gemaakt te worden.
Maar ook de andere afdeelingen van de leer van het licht
vorderen wiskundige beschouwingen en constructiën, en daar-
om is op den laagsten trap eene voorzigtige behandeling en
eene aanmerkelijke beperking van de leerstof noodig. Dat
de weg van het licht regtlijnig is, wordt in'derdaad door do
ervaring aangetoond; het is eene wet, die tot een helder
bewustzijn \ioet gebragt worden, en het is niet moeijelijk
daaruit het ontstaan van de schaduw af te leiden. Maar
reeds de gedaante van de schaduw, die, naar gelang van den
vorm van het ondoorzigtige, verlichte voorwerp, en van de
grootte en gedaante van het lichtgevende, zeer verschillend
zijn kan; het bewijs dat de lichtsterkte afneemt in de ver-
houding van de vierkanten van den afstand, alsmede de ge-
heele beschouwing van de lichtsterkte en de werktuigen om
haar te bepalen, de photometer, de bepaling van de snel-
heid van het licht door waarneming van de satellieten van
Jupiter, de bepaling van de schijnbare grootte van een voor-
werp; deze alle vorderen mathematische kennis. Bovendien
zijn do snelheid van het licht en de schijnbare middellijn der
planeten van veel meer gewigt voor de astronomie, en zou-
den daarom beter kunnen besproken worden in de wiskun-
dige aardrijkskunde, indien ten minste het standpunt van de
school daartoe hoog genoeg ware.